|
De op 25 december 1904 te Meppel geboren Klaas Postma (schuilnaam Stevens) woonde bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Utrecht. Hij was bouwkundig opzichter/tekenaar bij de genie en in het begin van de bezettingstijd wilden de Duitsers dat hij bepaalde werkzaamheden verrichtte die hij als geniedeskundige in staat was uit te voeren. Hij meende echter, dat hij dat als Nederlander niet kon maken en wist zich steeds op een handige manier aan deze werkzaamheden te onttrekken.
Door het optreden van de Duitsers werd het rechtsgevoel van Klaas Postma steeds dieper aangetast en zijn verzet tegen dit optreden gaf hij vorm door reeds in 1940 samen met Frits Meulenkamp (schuilnaam Frits van Kampen) illegaal werk te doen, wat in 1942 leidde tot de oprichting van de verzetsgroep de Oranje Vrijbuiters, waar Postma de leiding had voor de verzorging van onderduikers en Meulenkamp het verzet leidde. Aanvankelijk was het doel van de groep om Joden, studenten en mannen die weigerden om in Duitsland te gaan werken, te laten onderduiken. De onderduikadressen bevonden zich op plaatsen op de Veluwe in de omgeving van Epe, ook in Woerden en in Utrecht. Daarnaast waren er contactadressen over het hele land verspreid. Het aantal onderduikers die geholpen moesten worden nam echter toe, en er moest op grote schaal aan bonkaarten en valse persoonsbewijzen gekomen worden. Om dat te kunnen realiseren, werd in mei 1943 een knokploeg opgericht. Men had verbindingen met enkele topfiguren van de KP. De Oranje Vrijbuiters had als hoofdkwartier een pand in Utrecht op de Nieuwegracht nr. 151, wat door Meulenkamp gehuurd werd. In mei 1943 werd hij gearresteerd voor de "Arbeitseinsatz" en tewerkgesteld in Duitsland, waar hij wist te ontsnappen en in augustus 1943 trad hij weer toe tot de Oranje Vrijbuiters.
 Voordeur van pand 151 |
|
 Nieuwegracht Utrecht |
 Pand Nieuwegracht 151 | De knokploeg pleegde overvallen in onder meer Huizen en Kampen, waar de distributiekantoren met meenemen van bonkaarten, blanco persoonsbewijzen en blanco Ausweisen, werden leeggehaald. De knokploeg werd ook ingezet voor aanslagen op landverraders, NSB-ers en Duitsers. Zij hadden goede Nederlanders verraden, waardoor dezen werden gearresteerd, gefusilleerd of weggevoerd. Ook maakte de verzetsgroep tekeningen van militair belangrijke objecten, die doorgegeven werden aan Engeland. Buitgemaakte Duitse gegevens van munitieopslagplaatsen, verdedigingswerken en kazernes gingen dezelfde weg, waarna ze door de geallieerden werden gebombardeerd. De verzetsgroep ontving uit Engeland financiële steun en wapens. Middels droppings en parachutisten werd dit bewerkstelligd.
Op 24 augustus 1943 werden door een inval van de Sipo (Sicherheitspolizei) onder leiding van Blattgerste en Sasse uit De Haag de leden Bertus Meulenkamp, Joop de Heus (de latere verrader), Heinz Loewenstein en Leo Fischer gearresteerd en in de nacht erop Klaas Postma en Jaques Martens. Bijna alle andere Oranje Vrijbuiters werden daarna in de maanden augustus, september en november 1943 opgerold en overgebracht naar het "Oranjehotel" in Scheveningen en op 28 februari 1944 berecht door het Polizeigestandricht in Den Haag, waarbij 20 Oranje Vrijbuiters ter dood werden veroordeeld. Zij waren:
 Roger Abma 25 jr |
 Cornelis Heij 25 jr |
 Leo Fischer 47 jr |
 Anthonius Hegge 24 jr |
 Johannes Holswilder 42 jr |
Karel Keizer 33 jr |
 Christiaan Kerkhof 43 jr |
 Hans van Koetsveld 26 jr |
Leo Heij 30 jr |
 Heinz Loewenstein 25 jr |
 Jacobus Martens 21 jr |
 Egbertus Meulenkamp 26 jr |
 Bob van Oorschot 25 jr |
 Klaas Postma 40 jr |
 Herman van Roon 22 jr
|
 Thomas Spoelstra 30 jr |
 Andries van Beek 25 jr |
 Pieter Verhage 23 jr |
 Jan vd Voort (gratie) |
 Bertus Heij (gratie) | Noot: De foto's van Jan van der Voort en Bertus Heij zijn genomen voor een interview in het Utrechts Nieuwsblad van 1984 Bijzonderheden over Jan van der Voort en Bertus Heij treft u aan door hier te klikken. Het brengt u naar een pagina van de website van de Vereniging Erepeloton Waalsdorp, waar een interview van beiden in het Utrechts Nieuwsblad van 25 februari 1984 te vinden is.
Op de pagina "Wie waren zij" vindt u bijzonderheden omtrent de Oranje Vrijbuiters
Aan de vooravond van de executies vroegen de ter dood veroordeelden om geestelijke bijstand. Dit werd geweigerd. Ook het schrijven van een afscheidsbrief werd niet toegestaan. Om 12 uur 's nachts kregen ze een galgenmaal: brood met jam en een sigaret. Geboeid werden ze weggevoerd. Op de rand van het massagraf, vlak voor de executies op de Waalsdorpervlakte, kregen twee van hen, Aalbertus Henri (Bertus) Heij en Jan van der Voort, te horen dat zij gratie kregen. Zij moesten echter wel toezien hoe hun makkers 2 aan 2 geëxecuteerd werden. De belangrijkste reden voor de gratie van Bertus Heij was dat hij tegelijk jarig was met Hitler, 20 april. Zijn straf werd omgezet in 20 jaar tuchthuisstraf, hetgeen Dachau betekende, waar Jan van der Voort ook belandde.
Het vonnis werd op 29 februari 1944 op de Waalsdorpervlakte voltrokken. De laatste woorden van de gefusilleerden waren: "Wij sterven voor God, Koningin en Vaderland". Aanbeveling: Beschikt u over geluid op uw computer, sta dan een moment stil bij de klanken van de Bourdonklok op de Waalsdorpervlakte. Noot: Behalve de link "Oranjehotel" die u verbindt met de website van de stichting "Oranjehotel", is, met dank daarvoor, de bron van de andere linken op deze pagina de website van de Vereniging Erepeloton Waalsdorp
Naast de geëxecuteerde leden, maakten de volgende personen ook deel uit van de “Oranje Vrijbuiters”:
De bij de 20 ter dood veroordeelden de reeds genoemde Bertus Heij, die gratie kreeg. Op 20 april 1915 geboren in Utrecht, is hij op 30 september 1991 in Den Haag overleden. De ook genoemde Jan van der Voort, die ook executie bespaard bleef. Aangenomen wordt, dat hij in 1921 geboren is. Hierover bestaat geen zekerheid, en de Stichting zal proberen het juiste geboortejaar, alsook andere persoonlijke gegevens van hem te achterhalen.
Verder zijn nog te noemen Truus Solleveld, Frits Meulenkamp, "Zwarte Kees " van Koert, Leo van Stekelenburg, Herman van Toor, G.van Weelden en Joop de Heus. Van enkelen van hen zijn een paar bijzonderheden bekend, die nog vermeld zullen worden. In augustus 2011 konden hier aan toegevoegd worden Aart Nicolaas (Niek) van Donkelaar, Jan van Elk en Wim Dijl. Zij opereerden vanuit een tak van de Oranje Vrijbuiters in Woerden. Zie verderop augustus 2011
Medio april 2008: Hoewel bij het opzetten van de site over de Oranje Vrijbuiters vermeld kon worden dat er over enkele van de bovengenoemden een paar bijzonderheden bekend waren, heeft naspeuring om zekerheid hieromtrent geen resultaat opgeleverd. Om niet het gevaar te lopen foutieve informatie te verstrekken, zal dan ook niets over hen vermeld worden. Uitzondering hierop is de verrader Joop de Heus , geb. 3 juli 1918 in Utrecht. Van hem is een artikel over zijn berechting in het Utrechts Nieuwsblad van donderdag 16 maart 1950 verschenen. De Heus werd in het voorjaar van 1943 lid van Oranje Vrijbuiters, werd in augustus 1943 gearresteerd, ongeveer 2 maanden daarna vrijgelaten en is vervolgens in dienst getreden van de SD. Zes tot acht mensen speelde hij in handen van de Duitsers. Na de oorlog kreeg hij 18 jaar gevangenisstraf, later verminderd met 1 jaar. (Aanvankelijk was de datum van plaatsing van het artikel onbekend, maar dank aan de heer Quintus van Koetsveld dat thans, medio juni 2010, de genoemde datum vermeld kan worden)
Mocht onverhoopt toch iemand iets concreets over hen weten, dan horen wij dat graag. (Voor contact zie pagina CONTACT/DONATEUR)
Twee jaar na deze oproep kreeg de Stichting gegevens over Truus Solleveld zoals hieronder gepubliceerd wordt. (Met dank aan haar zoon Lode van Reedt Dortland)
Wie was Truus Solleveld
 Truus Solleveld
Geertruida Everdina Wilhelmina Solleveld werd geboren in Den Haag op 16 juli 1924 als oudste dochter van het echtpaar Leendert Solleveld, geboren in 's Gravenhage op 19 augustus 1899 en aldaar overleden op 16 september 1962 en Geertruida Everdina Margaretha de Koning, geboren in 's Gravenhage op 9 september 1898 en overleden in Breda op 24 april 1986. Voor dat ze 19 jaar was, haalde Truus haar diploma van de Gemeentelijke Middelbare Meisjesschool en sprak redelijk Frans, Duits en Engels. Truus trouwde in 1947, had twee kinderen en scheidde in 1954. Ze overleed op 77-jarige leeftijd in het Havenziekenhuis te Rotterdam op 9 oktober 2001.
Truus Solleveld is toegetreden tot de Oranje Vrijbuiters in 1943 en werkte met de groep in Utrecht. Haar schuilnaam is niet bekend. Nadat de meeste anderen gevangen waren genomen is zij teruggekeerd naar Den Haag en opgepakt door de Gestapo (H.Sasse en A.Blattgerste) op het Binnenhof op 27 september 1943. Zij heeft de rest van de oorlog door moeten brengen als 'Nacht und Nebel Häftllinge' (dat betekent o.a. dat ze helemaal niet mocht corresponderen met familie) in het Oranjehotel Scheveningen van 27 september 1943 tot 10 mei 1944. Daarna is ze vervoerd naar twee concentratiekampen, namelijk Ravensbrück , Duitsland (Nr.38383) waar ze verbleef van 11 mei 1944 tot 1 maart 1945 en Mauthausen , Oostenrijk (Nr. 2567 NL) waar ze tot het eind van de oorlog verbleef van 6 maart 1945 tot 22 april 1945. Aan het eind van de oorlog waren er ongeveer 45 000 gevangenen (hoofdzakelijk vrouwen) in Ravensbrück waaronder ongeveer 900 Nederlandse vrouwen. Op een schriftelijke verklaring afgelegd bij het Afwikkelingsbureau Concentratiekampen van 29 juni 1945 schrijft zij het volgende: "te Ravensbrück werd veel geslagen, ook getrapt. Behalve de vaste straffen (25, 40 en 70 stokslagen) werden veel gevangenen mishandeld door SS vrouw Binsen en SS mannen Binder en Spier. Ook werden bloedhonden op ons afgestuurd."
In Ravensbrück werd Truus tewerkgesteld bij het bedrijf Siemens van 15 mei 1944 tot 25 oktober 1944 en in Mauthausen moest zij in de wasserij werken vanaf 1 april 1945. De officiële bevrijding van Mauthausen is 5 mei door de 11e pantserdivisie van Patton's 3e Amerikaans leger. Er waren echter verschillende afdelingen en zij werd al bevrijd op 22 april 1945. Ze is gerepatriëerd via St.Gallen (Zwitserland) waar ze op 2 mei arriveerde en verder via Parijs, Brussel, Roosendaal en kwam op 21 mei aan in het opvangkamp St. Louis in Oudenbosch, van waar zij is teruggekeerd naar haar ouders in Den Haag. In deze periode is ze geregistreerd als Displaced Person. In juli 1945 schrijft ze een brief aan Afwikkelingsbureau Concentratiekampen met de vraag om, als politieke gevangene, extra levensmiddelen te krijgen.
Truus Solleveld is altijd bescheiden gebleven over haar aandeel in het verzet. Op 16 januari 1984 werd haar het verzetsherinneringskruis toegekend. Ze onderhield nog enige tijd contact met het Comité Vrouwen van Ravensbrück, maar was uiterst beperkt in haar uitlatingen over haar kampleven. Mei 2011
AANVULLING GESCHIEDENIS ORANJE VRIJBUITERS
Augustus 2011 In de beschreven geschiedenis van de Oranje Vrijbuiters aan het begin van deze pagina, wordt Woerden genoemd als de plaats waar zich onderduikadressen bevonden. Medio juli 2011 kwam de Stichting ter ore, dat ook andere gegevens over de Oranje Vrijbuiters in Woerden opgetekend zijn in het in 1999 verschenen boek over de bezetting en bevrijding van Woerden, getiteld “Het Spoor Terug” van de auteur Dick Nisius. Als belangrijke aanvulling op de geschiedenis van de Oranje Vrijbuiters hier een weergave van wat er in genoemd boek daaromtrent is vastgelegd.
 Aart Nicolaas (Niek) van Donkelaar |
 Pand Rijnkade |
|
|
|
| Het plaatselijk verzet in Woerden werd geleid door de huisarts Frans Schrijvers, de eigenaar van een kledingzaak Jo Pars en de architect Aart Nicolaas (Niek) van Donkelaar. Deze laatste, geboren op 25 maart 1908 in Den Haag, vestigde zich in 1939 in Woerden. Tijdens de mobilisatie wordt hij opgeroepen voor militaire dienst, waar hij als bouwkundige aanvankelijk in de rang als sergeant ingedeeld wordt bij de genie. Later, meer passend bij zijn kundigheden als bouwkundige, wordt hij in een civiele functie aangesteld met als feitelijke rang officier van speciale diensten.
Na de inval van de Duitsers op 14 mei 1940, weigert Van Donkelaar te werken onder Duits gezag en komt daardoor in een moeilijk parket. Officieel nog in functie bij Defensie, kan hij niet ontslagen worden en als oplossing wordt hij als hoofdopzichter aangesteld bij de afbouw van het hospitaal Oog en Al in Utrecht. Van Donkelaar ziet dit niet als een militair object en heeft vrede met deze aanstelling. Echter, kort nadat hij betrokken is bij de afbouw van Oog en Al, wordt het hospitaal door de Duitse marine gevorderd en dit is reden voor Van Donkelaar om verdere dienst te weigeren. Het is tevens het moment waarop de link van Woerden met de Oranje Vrijbuiters ontstaat. Tijdens zijn werk voor Oog en Al, raakte Niek van Donkelaar bevriend met de eerste opzichter Klaas Postma. Beiden deelden hun afkeer van alles wat te maken had met het nationaal socialisme. Ze voerden lange gesprekken over de bezetting, met ook als onderwerp de oprichting van de Oranje Vrijbuiters, de verzetsgroep die zich aanvankelijk vooral bezig zou gaan houden met het vinden van onderduikadressen en het verbergen van onderduikers. Leider van de Utrechtse groep wordt Postma. Van Donkelaar, die een compagnonschap aanvaardt bij het Woerdense architectenbureau J.H.Bodegraven, geeft leiding aan de afdeling in Woerden en heeft als speciale taak het vinden van betrouwbare onderduikplaatsen. Tevens is hij de verbindingsschakel met Utrecht. Door de behoefte aan steeds meer onderduikadressen als gevolg van de Jodenvervolging en omdat steeds meer verzetsmensen opgepakt worden, sluit Niek van Donkelaar met de Woerdense melkslijter Jan van Elk, eigenaar van een pand aan de Rijnkade 88 in Woerden en ook lid van de Oranje Vrijbuiters, een overeenkomst om dit pand te gebruiken als schuilplaats voor joden en verzetsmensen.
Door een Woerdense WA-man die de Duitsers tipt, wordt het pand op 26 augustus 1943 overvallen en arresteert de Grüne Polizei 23 onderduikers, voornamelijk joden. Het is het grootst menselijk drama dat zich tijdens de bezetting in Woerden heeft afgespeeld. Door verraad (zie boven) wordt tezelfdertijd ook een aantal leden van de Oranje Vrijbuitersgroep in Utrecht opgepakt. Onder hen Jan van Elk die via de gevangenis in Scheveningen en het concentratiekamp Vught geïnterneerd wordt in het beruchte concentratiekamp Dachau. Op 25 februari 1945 overlijdt hij daar aan de gevolgen van dysenterie en vlektyfus.
Behalve Niek van Donkelaar en Jan van Elk, wordt in het boek ook als Oranje Vrijbuiter genoemd Wim van Dijl, een Haagse diplomaat, die tijdens de oorlog in Utrecht studeerde. Van Dijl werd op dezelfde dag gearresteerd als Jan van Elk, die hij daarna in het Oranjehotel in Scheveningen ontmoette en later in Dachau. Van Dijl schreef in eigen beheer het boek “Op zoek naar de zin”, waarin hij zijn oorlogservaringen verwoord. Uit hetgeen hij te boek heeft gesteld, blijkt onder meer dat de verzetsgroep Oranje Vrijbuiters een uitgebreid netwerk had. Reden voor de Stichting om graag bijzonderheden omtrent Wim van Dijl en zijn “Op zoek naar de zin” te willen weten. Mogelijk dat daardoor meer gegevens aan de geschiedenis van de Oranje Vrijbuiters toegevoegd kunnen worden. Reacties worden dan ook graag tegemoet gezien op het contactadres, pagina “Donateur/Contact”.
(Met dank aan de auteur Dick van Nisius voor zijn toestemming tot plaatsing van bovenstaande gegevens uit zijn boek “Het Spoor Terug” )
Een zoektocht op internet naar mogelijk nog onbekende onderwerpen betreffende de Oranje Vrijbuiters, leidde onverwacht naar Bert van Elk in Woerden. Hij heeft zijn familiegeschiedenis in een website vastgelegd en liet weten er geen bezwaar tegen te hebben de gegevens van zijn oom, de Oranje Vrijbuiter Jan van Elk, op de website van de Stichting te publiceren.
Wie was Jan van Elk
 Jan van lk | |
 Jan van Elk als melkman |
 Dachau | Jan van Elk werd op 26 november 1906 in Woerden geboren uit het huwelijk van Jan van Elk (geb.6-12-1881, overl. 2-3 1931) en Neeltje Lokhorst (Geb.28-10-1883 in Maarn, overl. 23-5-1956 in ‘s Gravensloot Gemeente Woerden). Behalve Jan kreeg het echtpaar nog 6 dochters en 2 zonen van wie zoon Faas als dienstplichtige 11 mei 1940 gesneuveld is bij Valkenburg. Hij en zijn broer Jan als verzetsman, worden genoemd op de Erelijst van Gevallenen
Op 22 september 1932 trouwde Jan van Elk met Marie Spruit. Ze kregen een dochter en een zoon, Wil en Jan. Als “buiten tegenwoordigheid” in 1926 als gewoon dienstplichtige ingelijfd, kreeg Jan op 1926 uitstel van de eerste oefening. Met als reden dat hij in 1926 onmisbaar, en in 1928 kostwinnaar was geworden, werd hij in mei 1930 definitief vrijgesteld. Inmiddels had hij wat jaren bij een drogist gewerkt en begon hij in zijn jeugdige overmoed voor zichzelf. Echter, hiervoor niet geschikt, werd dit een flop. Toen zijn vader Jan, die een concessie als melkman had van de melkfabriek “Excelsior”, in 1931 overleed aan, waarschijnlijk, leverkanker, mocht zoon Jan deze concessie overnemen.
In de beschrijving van de Oranje Vrijbuiter Niek van Donkelaar is aangegeven, dat de behoefte aan onderduikadressen steeds groter werd en dat Van Donkelaar met Jan van Elk, eigenaar van een pand aan de Rijnkade 88 (de huidige Rijnstraat) in Woerden, een overeenkomst sloot om dit pand als schuilplaats voor joden en verzetsmensen te gebruiken. Ook herbergde het woonhuis aan de Kruittorenweg 24 in Woerden onderduikers. Zoals elders te lezen, worden in augustus 1943 een aantal leden van de verzetsgroep de Oranje Vrijbuiters door verraad van de V-mann Joop de Heus in Utrecht opgepakt. Onder hen Jan van Elk. Maar niet alleen in Utrecht, op 26 augustus 1943 vindt ook een overval plaats in Woerden, waar bijna alle onderduikers, voornamelijk joden, gearresteerd worden. Het is het grootst menselijk drama dat zich tijdens de bezetting in Woerden heeft afgespeeld. Na zijn arrestatie wordt Jan van Elk gevangengezet in het Oranjehotel in Scheveningen, om daarna via Kamp Vught met andere gevangenen in veewagens op transport gesteld te worden naar concentratiekamp Dachau. Tijdens zijn internering aldaar, wordt hij tewerkgesteld in Dachau-Allach, waar in een BMW-fabriek vliegtuigmotoren werden gemaakt. Verblijvend in een “onderkamp” van Dachau, werd Jan op 28 juli 1944 overgeplaatst naar Markich (het huidige Saint-Marie-aux- Mines) in de Elzas om te werken in een zeven meter lange tunnel, waar een toeleveringsbedrijf van BMW was ondergebracht. Omdat Jan een politieke gevangene was en dus spoorloos moest verdwijnen, is hij in het Nacht und Nebelkamp Natzweiler-Struthof geweest. Door de komst van de geallieerden werd dit kamp in september 1944 door de SS ontruimd en is Jan op 10 oktober 1944 teruggegaan naar Dachau. Het transport naar Dachau was een dodentocht. Veel gevangenen overleefden deze uitputtende tocht niet.
De ontberingen die Jan van Elk moest doorstaan werden hem teveel en hij is op 25 februari 1945 in Dachau aan de gevolgen van dysenterie en vlektyfus overleden.
Jan van Elk stuurde vanuit de concentratiekampen diverse brieven naar zijn gezin. Fragmenten van deze brieven zijn in het bezit van de familie Van Elk. Ook heeft de familie een brief van een medegevangene (J.L.Groenemans) waarin beschreven is wat Jan tijdens zijn gevangenschap heeft meegemaakt.
Met dank aan Bert van Elk, oomzegger van Jan van Elk
|