St. "Eregraf & Monument Oranje Vrijbuiters"
DE STICHTING
GESCHIEDENIS
NIEUWS
FOTOALBUM
CONTACT/DONATEUR
ADOPTIESCHOOL
VERHAAL BASISSCHOLEN
LINKS
WIE WAREN ZIJ


De Stichting "Eregraf en Monument Oranje Vrijbuiters" haakt graag in op het project van de regering "Erfgoed van de Oorlog" (NB. Project is gestart in 2007 en gestopt in 2009)

De Oranje Vrijbuiters
waren integere mensen, die zich met actieve inzet tegen de tirannie van de bezetter keerden. Over het leven van deze verzetshelden is weinig tot niets bekend. Wie waren zij, wat deden zij, waarom gingen zij in het verzet. Waren zij getrouwd, hadden zij een gezin. Wat betekende hun verzet tegen de bezetter voor henzelf en voor het gezin. Spraken zij met hun naasten over welke risico’s ze liepen. Risico’s die hen, zo heeft de geschiedenis geleerd, voor het vuurpeloton bracht.

Met als thema 
"Erfgoed van de oorlog" 
heeft de regering als doel verhalen over de Tweede Wereldoorlog te behouden en toegankelijk te houden, opdat generaties na ons er nog iets aan hebben. Deze verhalen vormen in de toekomst nog de enige bron van informatie als zij, die de Tweede Oorlog bewust hebben meegmaakt, er niet meer zijn. Opdat de Oranje Vrijbuiters voor altijd als verzetshelden bekend zullen blijven onze vrijheid te hebben bevochten, vindt de stichting dat zij in het doel van de regering een plaats moet innemen. Op 10 mei 2007, tijdens de heronthulling van het monument is gebleken, dat een groot aantal verwanten van de Oranje Vrijbuiters zich veel over hen wist te herinneren. Met dit gegeven is het volgende van belang: 

Op de pagina "Nieuws" is op 15 oktober melding gedaan dat de website van de "Oranje Vrijbuiters" als digitaal erfgoed door de Koninklijke Bibliotheek gearchiveerd wordt! Het betekent, dat alles wat op deze website gepubliceerd wordt, voor de geschiedenis bewaard blijft. 
V
oor  bijzonderheden, zie genoemde pagina. Vanaf deze plaats is eerder een oproep aan nabestaanden gedaan om herinneringen aan de Oranje Vrijbuiters aan de Stichting te mailen of te schrijven. Nu deze herinneringen in goede handen zijn bij de Koninklijke Bibliotheek, waar ze voor de komende generaties (zoals ook "Erfgoed van de oorlog" beoogt) bewaard en raadpleegbaar blijven, kan dit voor nabestaanden van De Oranje Vrijbuiters een aansporing zijn gevolg te geven aan voornoemde oproep! Graag worden uw pennenvruchten dan ook tegemoet gezien.
                                                                                                  
============================

Augustus 2010.
Zoals hierboven reeds aangegeven, gaven tijdens de heronthulling van het monument op 10 mei 2007 verschillende nabestaanden te kennen een aantal bijzonderheden van hun gefusilleerde verwanten te weten, en nadien werd in het kader van Erfgoed van de Oorlog de oproep gedaan om hun verhalen aan de Stichting op te sturen. Helaas gebeurde dat tot op heden niet, maar wel deed het feit zich voor dat bezoekers van de website reageerden. Hierdoor werden redelijk uitgebreide bijzonderheden van Klaas Postma, Jacques Martens, Bob van Oorschot en Leo Fischer bekend. Als zoon van Christiaan Kerkhof, kon de opsteller van deze pagina gegevens over hem vastleggen. Deze "Oranje Vrijbuiters" werden met foto en de grafzerk waarop zij vermeld staan, beschreven.
Na een mislukte oproep daartoe mag aangenomen worden, dat er van de andere “Oranje Vrijbuiters” geen bijzonderheden meer boven water komen. Ter completering van deze pagina worden zij niettemin met de summiere gegevens die van hen bekend zijn, genoemd. Getweeën, met hun foto en zoals hun naam op de zerken van het eregraf gegraveerd zijn. En wie weet, geeft dit aanleiding om meer van hen aan de weet te komen.

Begin januari 2011: Over de Oranje Vrijbuiter Hans van Koetsveld een aantal gegevens ontvangen! Opgetekend door zijn broer Quintus van Koetsveld. Het hoeft geen betoog dat de Stichting hier bijzonder blij mee is. Zie wie was
Hans van Koetsveld.

Medio februari 2011:
Van Rob Heij, zoon van de Oranje Vrijbuiter Leo Heij, heeft de Stichting gegevens ontvangen van de gebroeders Heij. Zie wie waren de broers
Cornelis en Leonardus Heij.
(Dank gaat uit naar Rob Heij)  

Met nadruk wordt gesteld dat, mocht er door wie dan ook bezwaar bestaan tegen het publiceren van de gegevens over de Oranje Vrijbuiters, of als de gegevens niet correct worden weergegeven, dan wordt men verzocht dit aan de Stichting te melden.

Behalve bij Leo Fischer is bij alle andere gexecuteerde Oranje Vrijbuiters een door de Ambtenaar van de Burgelijke Stand van 's Gravenhage opgestelde, overlijdensakte bijgevoegd. De verklaring van de aangever op de akte dat hij uit eigen kennis wetenschap heeft van het overlijden, geeft vraagtekens. Zo ook het tijdstip van overlijden, wat op een veel vroeger tijdstip plaatsvond. Graag zou de Stichting zien dat iemand hierin helderheid kan geven.  De akten zijn met dank ontleend aan de  
virtuele studiezaal van De Haag 


                                                                                                     ===
===========================

                 
                Gerestaureerd monument, 10 mei 2007
                            Onder elke steen (9) twee OranjeVrijbuiters

 Klaas Postma en Hans van Koetsveld

 
Klaas Postma
   25-12-1904
   
Hans van Koetsveld
       23-11-1918
Wie was Klaas Postma

Klaas Postma
is op 25 december 1904 geboren in Meppel. In de bekendmaking van de   
doodvonnissen  
is hij te boek gezet als bouwkundig. Tijdens de voorbereiding van de heronthulling van het monument van de Oranje Vrijbuiters op 10 mei 2007, had de zoektocht naar nabestaanden n
iets opgeleverd.
Totdat op 24 mei 2007 een oomzegger, Wiebe Postma, zich bekend maakte die door 'googelen'  terecht was gekomen op de website van de Oranje Vrijbuiters en daardoor aan de weet kwam, dat er voor zijn oom Klaas Postma en nog 17 andere verzetshelden, een monument
in Utrecht was opgericht. Dit  motiveerde  hem om te onderzoeken waarom hij daar nooit geen weet van had gekregen.

Tijdens dit onderzoek werd hem een aantal gegevens bekend over de oprichter van de Oranje Vrijbuiters. Deze gegevens passen in de opzet van de Stichting om te streven naar achtergrondinformatie over de Oranje Vrijbuiters: 'Wie waren zij, wat deden zij .....'. In dit geval dus, wie was Klaas Postma. Bij het doornemen van de website van Wiebe Postma blijkt ook welke bizarre situatie zich tijdens de oorlog in één familie door tegengestelde politieke opvattingen heeft voorgedaan. Met de aanbeveling een bezoek te brengen aan de website van Wiebe Postma, waar veel details over het leven van Klaas Postma zijn vermeld, alsook wat zijn plaats in een verscheurde familie was, hier alvast een paar gegevens over de oprichter en commandant van de Oranje Vrijbuiters.

Als zoon van Sjouke Postma en Janna Jans, werd Klaas Postma op 25 december 1904 in Meppel geboren. Met hem bestond op dat moment het gezin uit vader, moeder en drie zonen. Nadat de Postma's naar Emmen waren
vertrokken waar vader Sjouke een hotel liet bouwen, kwam er nog uitbreiding met een dochter en twee zonen. De jaren gaande, werd het hele gezin ingezet om het hotel draaiende te houden. Dus ook Klaas, die naast het werk
in het hotel naar de technische school
ging en, na op deze school eindexamen te hebben gedaan, reeds op 19-jarige leeftijd op deze zelfde school les ging geven.                  

Klaas Postma was een zeer getalenteerd man, die het door schriftelijke cursussen tot architect bracht. Op wat latere leeftijd verliet hij zijn woonplaats Emmen en ging naar Den Haag, waar hij zijn vrouw Dora ontmoette, met wie hij trouwde en naar Utrecht vertrok. Het was een goed huwelijk en kregen drie kinderen, twee jongens en een meisje.

In Utrecht werkte Klaas Postma als bouwtechnisch tekenaar/ontwerper voor de Nederlandsee Spoorwegen. Het gezin had een mooie woning aan de Josef Haydnlaan, waar ze echter kort na na de bezetting door de Duitsers werden uitgezet, waarna ze een huis aan de Franz Schubertstraat 37 betrokken, vlak tegenover een school waar Duitse soldaten ingekwartierd waren. Door wat de bezetter hen aandeed, maar ook door wat het Nederlandse volk aan nazisitische maatregelen werd opgelegd, werden ze in hun rechtsgevoel aangetast en besloten ze zich hiertegen te verzetten. Op de zolderverdieping van hun huis verborgen ze Joden en munitie, en daarnaast wist Klaas zich op handige wijze hem door de Duitsers opgedragen werk te onttrekken. In 1941 richtte hij de verzetsgroep de "Oranje Vrijbuiters" op. De geschiedenis en het lot van deze groep is bekend.    

Klaas Postma zijn vrouw Dora, is nooit over het verlies van haar man heengekomen. Ze werd 92 jaar en had met alle leden van de familie Postma gebroken. Het waarom, wordt duidelijk na het doornemen van website van Wiebe Postma.

Zoals ook voor zijn mede geëxecuteerde Oranjevrijbuiters is gebeurd, is Klaas Postma zijn overlijden vastgelegd in een overlijdensakte, opgemaakt door de Ambtenaar van de Burgelijke stand in 's Gravenhage.   

 In Utrecht is op het Kanaleneiland een straat naar Klaas Postma genoemd, de Postmalaan.   (Voor aanvullende info  zie hier )

 Franz Schubertstraat  
 Foto Wendy      Broer -  van der Hak  
  Franz Schubertstraat 37 in Utrecht
                                                    
                                                        
                                                                                         =================


 Hans van Koetsveld  21-jarige    Hans getekend door een vriend

Wie was Hans van Koetsveld

Hans van Koetsveld
werd op 23 november 1918 in Rotterdam geboren. In de bekendmaking van de doodvonnissen werd als zijn beroep accountant genoemd. Hij werd grootgebracht door zijn vader en diens 2e echtgenote Wilhelmina Brouwer, samen met twee stief broers en zuster op de ‘s Gravendijkwal in Rotterdam. Na de lagere school ging hij naar de HBS, gevestigd aan de ’s Gravendijkwal, om daarna in 1937 aan de Nederlandse Economische Hogeschool economie te gaan studeren. De bedoeling hiervan was om accountant te worden om later het accountants kantoor van zijn vader, Johan Emilius van Koetsveld, over te nemen. Deze studie werd door mobilisatie in Augustus 1939 onderbroken. 

 
 Huis 's Gravendijkwal 1920  1939 Mobilisatie, staand 2e van links Hans van Koetsveld   Huis na verbouwing in 1929

21 jaar was Hans van Koetsveld toen de Duitsers Rotterdam bombardeerden. Woedend was hij en toen al kwam het bij hem op om tegen de Duitsers in verzet te komen. Tijdens de oorlog werkte hij als assistent accountant. Van nabestaanden is bekend dat hij zich weinig uitliet over zijn verzetswerk, maar wel staat vast dat binnen de Oranje Vrijbuiters een knokploeg werd gevormd, die door hem, samen met Tom Spoelstra, geleid werd. Deze knokploeg pleegde aanslagen op landverraders, NSB’ers en ze overvielen distributiekantoren om onderduikers te voorzien van voedselbonnen en persoonsbewijzen. Daarnaast verrichtten ze ook spionageactiviteiten.

Dat hij zich bewust was van het gevaar dat hij liep, blijkt wel uit het feit dat hij in Februari 1943 een Volmacht heeft getekend hetgeen zijn ouders het recht gaf om alles namens hem te behandelen. Eind 1943 kreeg zijn familie bericht dat hij opgepakt was en in de gevangenis van Scheveningen (het Oranjehotel) zat. Bekend is, dat de Oranje Vrijbuiters wekelijks in Utrecht op de Nieuwegracht 151 bijeen kwamen.
Toen Hans op 25 Augustus 1943 probeerde geld te brengen aan de moeder van Tom Spoelstra, die al gevangen genomen was, om te proberen hem vrij te kopen, werd hij gevangen genomen in Tuindorp in Noord Utrecht.
De volgende dag werd hij naar Scheveningen over gebracht. We denken dat hij de schuilnaam ‘de Koning’ gebruikte.


Hij mocht slechts twee brieven schrijven op 13.11.43 en 14.1.44. In de 2e brief maakt hij duidelijk dat zijn moeder hem op 10 Januari 1944 bezocht heeft. Zijn ouders hebben 8 brieven aan hem mogen schrijven, hij kreeg ook een paar pasfoto’s en verschillende voedsel/kleding pakketten. Een officier op het Binnenhof was tamelijk redelijk en onze moeder mocht zelfs een paar paketten voor anderen in de groep afleveren.

Hans van Koetsveld zat alleen in cel 487 tot 11 November (Einzelhaft), waarna hij gezelschap kreeg van de Oranje Vrijbuiter Jacques Martens. In januari 1944 werd hij ernstig ziek, het bleek dat hij roodvonk had (waarvan op blz. 300 ook melding wordt gemaakt in het Gedenkboek van het Oranjehotel) en heeft een paar dagen in een ziekenauto op de binnenplaats van de gevangenis van Scheveningen gelegen, om daarna ‘aan te sterken’ om veroordeeld te kunnen worden. Op het laatst zat hij in cel 520, dat staat op de lijst van zijn persoonlijke bezittingen die zijn ouders uiteindelijk terug ontvingen.

Ook Hans van Koetsveld werd op 28 februari 1944 ter dood veroordeeld en de volgende ochtend, op 29 februari, met zeventien van zijn kameraden op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd. Zijn overlijden is vastgelegd in een overlijdensakte, opgemaakt in 's Gravenhage. Net als verwanten van de andere gefusilleerden, moesten ook zijn vader en moeder en familie zijn executie in de krant lezen. In Maart 1944 werd zijn geld op de bank in beslag genomen. Tussen Juni 1951 en October 1952 is 72 % daarvan vergoed door de Vermögensverwaltungs- und Renten-Anstalt.

Door het werk van Hey en Meulenkamp werden ze tezamen 
herbegraven  op 1 Maart 1946 op de 3e Algemene Begraafplaats Tolsteeg in Utrecht (*). De vader van Hans van Koetsveld, de heer  J. Verhage (vader van de Oranje Vrijbuiter Pieter) en de architect A.N. van Donkelaar hebben zich veel inspanningen getroost om in een monument voor altijd eer te betuigen aan de achttien gefusilleerde Oranje Vrijbuiters. In aanwezigheid van nabestaanden en hoogwaardigheidbekleders vond de onthulling van het monument plaats op 10 Mei 1947 (*), waarbij een kranslegging werd verricht door mij, Quintus van Koetsveld, de jongere broer van Hans.

Ik was de eerste die in 2000 de gemeente Utrecht wees op de slechte staat waarin het monument verkeerde (*). Op 10 Mei 2007, precies zestig jaar na de onthulling van het monument in 1947, verrichtte ik de heronthulling (*).

Hans wordt herdacht op gedenkstenen in de HBS, hetgeen onthuld werd op 4.5.1949 en de Economische Hoogeschool (onthuld 20.9.1948 zonder individuele naamvermelding) beiden in Rotterdam.
 
        (zie 1)  
  
    Gedenksteen ter nagedachtenis 
     aan een leraar en
leerlingen van
     de HBS in  Rotterdam
 (zie 2)
 

              
 
 
             Gedenkboek behorend bij
          gedenksteen (zie 3) 
                                  
     
      
1:  Deze gedenksteen werd in 1948 onthuld in de Economische Hoogeschool te Rotterdam ter nagedachtenis aan de
     gevallen studenten waar de Oranje Vrijbuiter Hans van Koetsveld zijn studie volgde. Thans bevindt de gedenksteen zich in de
     Erasmus Universiteit in Rotterdam.

2:  Deze gedenksteen is op 4 mei 1949 onthuld in de HBS op de 's Gravendijkwal in Rotterdam. In de steen zijn de namen van een
      leeraar en oud-leerlingen gegraveerd. In 1968 ging de HBS over in de Wolfert van Borselen Scholengemeenschap, die zich in
      1982 vestigde in een nieuw gebouw aan de Bentincklaan.
      Saillant detail, de gedenksteen is jaren lang in een bergplaats opgeborgen en pas in 2009 opgehangen in de aula van Wolfert
      van Borselen Scholengemeenschap.
3: 
Dit gedenkboek behoort bij de gedenksteen dat zich oorspronkelijk in de HBS op 's Gravendijkwal in Rotterdam bevond. Het
      gedenkboek bevindt zich thans in het Rotterdams Archief.
     Op het kruis is de naam van Hans van Koetsveld te lezen, links zijn geboortedatum en geboorteplaats en rechts de periode dat
      hij leerling van de HBS was.
     Onderaan staat de tekst: Op 29 Februari 1944 door de Duitsers gefusilleerd.
      
        

In 1992 hebben zijn zuster en ik een boom voor hem laten planten in het   'Bos der Onverzettelijken' in Almere waar net zo veel bomen (2133) geplant zijn als gefusilleerde verzetsmensen.
In april 2006 is in de wijk Vrijheidsakker in Barendrecht een straat naar hem genoemd, de Van Koetsveld-akker. 

 
Foto Wendy Broer-vd Hak
Onderste tekst: Hans van Koetsveld
1918-1944 verzetsman 
 

Hans van Koetsveld wordt officieel genoemd in :

"Keesings Historisch Archief" No. 160 van 6 Maart – 2 April 1944
Het ondergrondse studentenblad "De Geus" No. 27 van 11 Juli 1944
"Rotterdamsche Studenten Almanak" voor de jaren 1945-1946
Het boekje de "Rotterdamse Gevallenen van het Verzet 1940 – 1945"
"Je maintiendrai 1945"
"Doodenboek Oranjehotel 1947"
"Rotterdamsch Studenten Blad Hermes" van 29.4.1960
"Erelijst van Gevallenen 1940 – 1945" van 1960
"Gedenkboek van het Oranjehotel 1982"
Het boekje "Verzetsmensen vernoemd in Vrijheidsakker 2006"
Het tijdschrift "Terugblik ’40 – ’45" van November 2007

Daarnaast is hij in veel krantenartikelen en toespraken genoemd

(*) = zie pagina fotoalbum

QvK  December 2010

                                                                                                ================================

 Christiaan Kerkhof en Andries van Beek


Christiaan Kerkhof 
        09-10 1900

Andries van Beek
           
09-05-1909  
Wie was Christiaan Kerkhof

Tijdens de herdenking 2008 in de Cellenbarakken van het “Oranjehotel”, stelde de voorzitter van de Stichting “Oranjehotel”, mevrouw E.J.Mulock Houwer de vraag “Waarom hebben verzetsmensen gedaan wat ze, met gevaar voor eigen leven, hebben gedaan?” Inhakend op het thema van de regering “Erfgoed van de oorlog”, waar gevraagd wordt om verhalen van hen, die de oorlog bewust hebben meegemaakt toegankelijk te houden voor het nageslacht, heb ik aan de vraag van mevrouw Mulock toegevoegd dat Christiaan Kerkhof, mijn vader, zo’n verzetsstrijder was, wat hij deed, getrouwd was, een gezin had en wat zijn verzet voor hemzelf en zijn gezin heeft betekend.

Christiaan
Kerkhof
werd op 9 oktober 1900 in Leeuwarden geboren. Als zoon van Hendrik Kerkhof, van beroep timmerman, en Petronella Ollemans, groeide hij op in een gezin met zeven kinderen. Twee jongens en vijf meisjes. Van de jongens koos Christiaan’s broer Auke voor een leven op zee als scheepswerktuigkundige en werd hijzelf, net als zijn vader, timmerman. Van 1915 tot 1917 bezocht hij de ambachtschool in Leeuwarden. Met de verklaring dat hij “den 3-jarigen cursus voor leerling timmeren met vrucht heeft doorlopen”, werd hem op 31 maart 1917 door het bestuur van de ambachtschool het diploma uitgereikt. Om meer kennis te vergaren, volgde meteen de Burgeravondschool, waar hij goede cijfers behaalde voor wiskunde, natuurkunde, werktuigkunde en boekhouden. In 1918 ontving hij het diploma en had nu een goede basis om eigen baas te worden.

Voor het echter zover was, werkte hij een zestal jaren in loondienst. Curieus is, dat in die periode, in 1923, zijn naam verbonden werd aan de Mercuriusfontein in Leeuwarden, het monument van de bronnen voor welvaart voor deze stad en omgeving. Tijdens het plaatsen van het monument is in de sokkel een loden koker ingemetseld met de namen van de mensen die hierbij betrokken waren. Ook Christiaan Kerkhof behoorde tot hen. Hoe vreemd kan het in iemands leven gaan, toen 24 jaar later zijn naam opnieuw verbonden werd aan een gedenkteken. En wel het monument dat als eerbetoon voor hem en 17 andere leden van de verzetsgroep de “Oranje Vrijbuiters” in 1947 in Utrecht is opgericht.


Troelstraweg 228

Mercuriusfontein 

 Billitonstraat 5
    Onder het schuine gedeelte van de dakkapellen
was een schuilplaats voor onderduikers

In 1924 trouwde Christiaan Kerkhof met Froukje Postma, dochter van Jacob Postma en Antje van der Velde, die even boven Leeuwarden een boerenbedrijfje hadden en naast het boerenwerk melk uitventten. 

Na de huwelijksvoltrekking betrok het echtpaar de woning met werkplaats aan de Mr. P.J.Troelstraweg 228 in Leeuwarden en werd de stap genomen om als timmerman/aannemer voor zichzelf te beginnen. Het was halverwege jaren twintig en het bedrijf kon goed draaiende worden gehouden, waar echter verandering in kwam toen zich na 1930 een economische teruggang aandiende die een algehele malaise inluidde. Aanbod van werk was er amper en onder de opdrachtgevers zaten veel onbetaalde rekeningen. Kwam er wat geld binnen, dan kregen eerst de knechten hun loon, waarna er na aftrek van de zakelijke verplichtingen, niet veel meer overbleef voor het bestieren van het eigen huishouden. Tijdens de crisisjaren zwaaide Schraalhans Keukenmeester dan ook vaak de scepter in het gezin Kerkhof, inmiddels bestaande uit vader, moeder en drie kinderen, dochter Anna geboren in 1926, zoon Hendrik Auke in 1930 en Jacob Klaas in 1936.
Stemde de crisisjaren sowieso niet tot vrolijkheid, 1934 werd een extra moeilijk jaar. Er brak brand uit in de werkplaats, die geheel uitbrandde en ternauwernood kon worden voorkomen dat het woonhuis ook in vlammen opging. Deze tegenslag noodzaakte uit te kijken naar een plek waar het bedrijf voortgezet kon worden.  Dit werd de Billitonstraat nr. 5 in Leeuwarden, met achter het woonhuis een werkplaats. Hoewel de gevolgen van de nog steeds weinig rooskleurige economische situatie zich deden gelden, kon het bedrijf draaiende worden gehouden met huizenbouw en later met het uitvoeren van winkelbetimmeringen, onder andere bij Vroom en Dreesman.

Waren de crisisjaren zorggevend voor het bedrijf, eind jaren ’30 dienden zich omstandigheden aan die Kerkhof zorgen van geheel andere aard baarden. Ze waren het gevolg van de oorlogsdreiging, die niet alleen voelbaar werd door het uitroepen van de mobilisatie in 1939, maar ook zichtbaar door de enorme stroom Duitse joden die na de Kristalnacht van 9 op 10 november 1938 nazi Duitsland ontvluchten. In oktober 1939 in eerste instantie ondergebracht in kamp Westerbork, was het voornemen van de Nederlandse regering hen na de inval van de Duitsers op 10 mei 1940 naar West-Nederland te sturen. Wat niet mogelijk bleek. Wel werd het Leeuwarden, waar de vluchtelingen onderdak vonden bij gastgezinnen. Samen met naaste buren, ontfermde het gezin Kerkhof zich over een Joods echtpaar met twee kinderen. Zij wilden proberen via Nederland naar Amerika te komen. Vele uren, tot diep in de nacht, praatte Kerkhof met de man en zijn vrouw en kreeg zodoende een beeld wat er in nazi Duitsland gaande was. Het legde bij hem de basis van wat hij een paar jaar later, toen ook het Nederlandse volk geknecht werd, ten uitvoer bracht: verzet plegen.
Vier maanden na de oorlog werd in huize Kerkhof een brief ontvangen van de vrouw van het echtpaar, mevrouw Lotte Schönheim-Baumann. Zij doet daarin het verhaal hoe het haar gezin is vergaan, nadat het in mei 1940 teruggestuurd werd naar Westerbork, voorportaal van het concentratiekamp Theresienstadt en onder meer vernietigingskamp Auschwitz. Wat zij schrijft kan gelezen worden door hier te klikken
NB:  Door contact met de "Nederlandse Kring voor Joodse Genealogie" kwam medio februari 2012 aan het licht dat Lotte Schoenheim-Baumann op 17 december 1946 naar Amerika is vertrokken en dochter Ursula en zoon Walter op 7 november 1946. Lotte schreef op 31 augustus 1945 een artikel  in het Nieuw Israëlitisch weekblad.   


Kerkhof was Humanist en Liberaal en stond in die levensovertuiging voor Vrijheid, Vrije meningsuiting en Gelijkheid voor allen. Toen dan ook in 1940 de Duitse troepen Nederland binnenvielen en de bedoelingen van Hitler en zijn trawanten steeds duidelijker werden, wist hij wat hem te doen stond. Klaas Postma, neef van zijn vrouw, had in 1941 de verzetsgroep de “Oranje Vrijbuiters” opgericht en een jaar later trad Kerkhof toe tot deze groep. Er zich terdege van bewust wat hij hiermee voor zichzelf en zijn gezin op het spel zette. Maar zijn stelling was, zelf verantwoording nemen tegen het onrecht waardoor mensen als beesten werden vermoord, verdreven werden van huis en haard en bestaande normen en zeden ontwricht werden. Om later niet te hoeven zeggen, ik wist ervan, stond erbij, keek ernaar, maar heb niets gedaan.
Zijn verzet uitte zich niet alleen in activiteiten voor de Oranje Vrijbuiters, maar ook weigerde hij zijn aannemersbedrijf in te zetten voor de Duitse bezetters en hij hief zijn bedrijf op. Om toch zijn gezin te kunnen onderhouden, ging hij ‘werken’ op het vliegveld in Leeuwarden. Hij sloeg daar geen spijker recht, keek overal rond en wist al doende precies wat zich waar bevond. Hij maakte schetsen die dienden voor de succesvolle geallieerde precisiebombardementen op het vliegveld. Hoewel nimmer gesnapt voor deze sabotage- en spionagedaden, werd hij tenslotte toch wegens werkschuwheid ontslagen. Dit gebeurde nadien nog twee keer bij aannemers op Vlieland en in Harlingen, die voor de Duitse Wehrmacht werkten. Om toch inkomsten te hebben, legde hij zich daarna toe op de botenbouw. En wel de bekende Friese zeilboot, de grote BM’er. Het zou niet voor lang zijn.

De leden van de verzetsgroep de Oranje Vrijbuiters kwamen elke zondag bijeen in het pand nr.151 aan de Nieuwegracht in Utrech in Utrecht. Zo ook op zondag 29 augustus 1943. In gezelschap van een joods meisje, dat in huize Kerkhof een paar weken had mogen 'logeren', meldde ook Kerkhof zich. Onwetend van de rampzalige gevolgen. Door verraad werd hij, net als zij die voor hem en na hem het doorgangshuis betraden, door de Duitsers gearresteerd. Ook het joodse meisje. Bijna de gehele groep Oranje Vrijbuiters werd opgepakt en in het bekende "Oranjehotel" in Scheveningen gevangen gezet.

Op 29 februari 1944 zijn achttien van hen, onder wie Kerkhof, op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd. Waarschijnlijk heeft hij de laatste nacht in de dodencel doorgebracht met de ook gefusilleerde Hans van Koetsveld en Andries van Beek. Zijn overlijden is vastgelegd in een overlijdensakte , opgemaakt in 's Gravenhage. (Zie ook de aanhef op deze pagina) Wat het lot van het joodse meisje is geworden, is niet bekend.

Door
hier te klikken is een artikel uit het Friesch Dablad van 28 maart 1964 over Christiaan Kerkhof te lezen. Titel "Christiaan Kerkhof ter dood gebracht" 

In maart 1986 maakte het Gemeentebestuur van Leeuwarden bekend dat er in de
Verzetsheldenbuurt een straat naar Christiaan Kerkhof is genoemd.   







 
   Muurplaat met gegevens van
 Christiaan Kerkhof
 
 
Zie ook de  
advertentie die na de oorlog werd geplaatst.  

                                                                     
Pater Jac. Schreurs

Van pater Jac. Schreurs – M.S.C. is een gedichtenbundel uitgegeven "EILAND DER EENZAMEN", gedichten van een gevangene. Ondanks het strafmatig schrijfverbod van de bezetter, zijn de gedichten als spijkerschrift in de herfst en winter van 1943- 1944 in de gevangenissen van Maastricht, Haaren en Scheveningen ontstaan. Later zijn de gedichten door de pater herschreven en in 1946 in een oplage van 1100 exemplaren uitgegeven. (Uitgever Winants - Heerlen)
Tijdens zijn gevangenschap in de gevangenis van Scheveningen, het "Oranje Hotel", heeft pater Schreurs een gedicht aan Christiaan Kerkhof gewijd, "Zijn bloed is nog niet droog". Om kennis van dit gedicht te nemen en bijzonderheden over pater Schreurs, KLIK HIER  

De vraag van mevrouw Mulock Houwer aanhalend “Waarom hebben verzetsmensen wat ze, met gevaar voor eigen leven, hebben gedaan”, heeft het deel van deze zin  “ ..met gevaar voor eigen leven” voor Christiaan Kerkhof dus de dood tot betekenis gekregen. In het thema van de regering "Erfgoed van de oorlog" blijft over wat zijn verzet voor zijn gezin heeft betekend. 

Met als voornemen het als "Erfgoed van de oorlog" toe te vertrouwen aan een instelling ter archivering van oorlogsdocumentatie, is de betekenis voor het gezin van mijn vader zijn verzetswerk reeds geruime tijd geleden door mij opgetekend. Uitvoeren van dit voornemen bleef echter achterwege.
Nu de website van de Stichting door de Koninklijke Bibliotheek als digitaal cultureel erfgoed is opgenomen, daarmee de website duurzaam te bewaren en raadpleegbaar te houden voor toekomstige generaties, is dit aanleiding geworden om, wat ik heb opgetekend, op deze site te publiceren.
Om er kennis van te nemen,
gelieve deze link aan te klikken.
 
(Zie na lezing de pagina "Verhaal basisscholen"  hoe deze oorlogsherinneringen 'vertaald' zijn naar "Oologsherinneringen van een opa, verteld aan leerlingen van de basisschool")  

In de volgende boekwerken wordt Christiaan Kerkhof  beschreven. 

        "Bezettingstijd in Friesland" - Deel II - Hfdst. 49 - door P.Sijbenga  -  Uitgave De Tille Leeuwarden 1978
        "Laarzen op de Lange Pijp"  -  door Ype Schaaf  -  Uitgeverij Van Wijnen - Franeker
        "Leeuwarders in oorlogstijd" -  door J.Kooistra, J.J.Mulder en C.Reitsma - Friese Pers Boekerij BV 
        "Christiaan Kerkhof zong in het Oranjehotel elke ochtend het Fries volkslied"  -  2013 Meinummer 41 van het Historisch tijdschrift voor Leeuwarden     

                                                                           
                                                                                             ===============================




Wie was Andries van Beek

Andries van Beek 
is geboren op 9 mei 1909 in Apeldoorn. In de bekendmaking van de  doodvonnissen wordt als zijn beroep pianostemmer vermeld. Mochten er meer gegevens over hem bekend worden, zullen die gepubliceerd worden. Zijn overlijden is vastgelegd in een overlijdensakte, opgemaakt in 's Gravenhage 

                                                                                                ================================          

 Jacobus Alexander Martens en Herman Frans van Roon

Jacobus Martens 
            10-08-1923

Herman van Roon
              23-05-1922

Wie was
Jacobus Martens

Jacobus Alexander Martens
, roepnaam Jacques, is geboren op 10 augustus 1923 te Haarlem. Als kind van  Christianus Martinus Antonius Martens en Dorothea Petronella Remmé, groeide hij op in de Wetstraat te IJmuiden, gemeente Velsen. Op 11 juli 1933 verhuisde het gezin naar Wijk aan Zee en Duin en op 12 december van datzelfde jaar naar Beverwijk.
Zijn jeugd bracht hij met nog 2 broers grotendeels door in de Zeestraat 37 te Beverwijk, waar zijn vader een ijzerhandel had. Als student bezocht hij de Leerschool aan de Romerkerkweg te Beverwijk en van 1936 t/m 1939 de U.L.O. aan de Kees Delfsweg, eveneens in Beverwijk. In het najaar van 1938 werd hij lid van de Atletiekvereniging Door Eendracht Macht (DEM) Onder leiding van trainer Bart Ronde trainde hij daar o.a. de 1.500 en 3.000 meter. Enkele medeatleten van hem waren: Henk Vessies, Willem en Dirk Kaptein, Harry Spranger, Engel Gaarthuis, Theo Schuijt, Jan Langedijk en Ton Tervoort, allen coryfeeën van vóór en ná 1940. Vrienden karakteriseren Jacques Martens als een "rustige, sportieve en goudeerlijke jongen".

Na zijn schooltijd in 1939 ging hij werken bij de Rijksverzekeringsbank (nu, 2007, Sociale Verzekeringsbank) te Amsterdam. Toen op 10 mei 1940 het Duitse leger Nederland binnenviel, was Jacques Martens bijna 17 jaar. In 1941 of 1942, dit is niet helemaal duidelijk, werd hij opgeroepen voor tewerkstelling in Duitsland, de "Arbeidseinsatz", of voor de "Arbeidsdienst" (Nederlandse jongeren van 18 tot 24 jaar onderrichten in de nationaal-socialistische leer) Ook dit is niet precies bekend. Zeker is, dat hij weigerde hieraan gevolg te geven en hij dook onder. Met enkele Beverwijker vrienden had hij zich eerder op kleine schaal verzet tegen de Duitsers, daarmee duidelijk blijk gevend fel gekant te zijn tegen de Duitse bezetter.
Door een kennis die reeds in het verzet zat, een politieagent in Oostzaan, kwam Jacques Martens in contact met de verzetsgroep de “Oranje Vrijbuiters”. Zie de pagina "Geschiedenis" voor bijzonderheden van deze verzetsgroep, die door verraad gearresteerd werd en gevangen gezet in de Scheveninger gevangenis, het "Oranjehotel" 

Met het nummer 5359 werd Jacques Martens op 27 augustus 1943 in cel 525 vastgezet. Van hieruit schreef hij ontroerende brieven naar zijn ouders in Beverwijk. Uit die brieven blijkt dat hij ook een paar keer levensmiddelen en bezoek kreeg van het Nederlandse Rode Kruis, waar hij zeer tevreden over was. Maar, hoewel dit wel geprobeerd werd, mocht hij geen bezoek van familie ontvangen.

Op 28 februari 1944 werden 20 "Oranje Vrijbuiters", onder wie Jacques Martens door het "Polizeistandgericht" ter door veroordeeld en op 29 februari werden 18 van hen  op de Waalsdorpervlakte het vonnis voltrokken. (2 van hen kregen gratie, maar moesten wel toekijken hoe hun kameraden gexecuteerd werden).
Jacques Marten's overlijden is vastgelegd in een 
overlijdensakte , opgemaakt in 's Gravenhage. (Zie ook de aanhef van deze pagina) Ook is van hem een overlijdensakte opgemaakt in Beverwijk. ( hier klikken ) 

In "Wie was Chris Kerkhof" werd opgetekend dat pater Jac. Schreurs een gedicht aan hem heeft gewijd.  In het gedicht "KLEIN NACHTGEBED" van de gedichtenbundel "Eiland der eenzamen", wordt niet alleen Chris Kerkhof weer genoemd, maar komt ook de naam Martens voor.
Met Martens wordt hier ongetwijfeld Jacques Martens bedoeld, die ook gelijktijdig met pater Schreurs in het "Oranjehotel" zat.

KLEIN  NACHTGEBED
Wie met mij op dit smal perron belanden:
Waarheen zijn zij vertrokken: welken prijs
Betaalden zij: was het hun laatste reis?
Zoo neem, o God, hun geest in Uwe handen !
Waar bleef de Fries Chris Kerkhof, waar Frans Tempel,
De musicus; waar Martens de student ?
Hun wegen, Heer, zijn U alleen bekend !
Doch stel hun dood én leven ten exempel:
Dat wij het vuige dreigement niet vreezen,
’t Verraad verachten, lafheid in den strijd
 Ontwijk'en, 't goddeloos geweldten spijt,
Kracht putten uit den martelgang van dezen

(Het is de stichting niet bekend wie Frans Tempel, de musicus, is)

Tot verrassing van de Stichting werd op 16 maart 2010 het volgende mailtje ontvangen van de heer Grex Goijarts uit Oisterwijk.
Frans J.L. Tempel was betrokken bij verzetsactviteiten in Twente en omgeving. Hij was lid van een verzetsgroep onder leiding van Guus Fikkert uit Enschede. Frans speelde als musicus in een jazzband in Enschede. Hij verzamelde militaire info voor Guus Fikkert. Frans is door verraad van ene Haze en Slagter gerarresteerd. Tempel werd op 25-08-43 opgepakt door de Gestapo olv Knop. Ook Fikkert werd later gearresteerd. Op 18 februari 1944 naar het Oranjehotel in Scheveningen. Op 29 juni 1944 zijn beiden  ter dood veroordeeld door het Feldkriegsgericht in Utrecht en op de zelfde dag geexecuteerd. 
Bij het nationaal archief in Den Haag kan men in het dossier van Slagter het verslag vinden van Frans Tempel en zijn mede vezetsstijders, onder wie Menno Postma.

 

Vlak na de oorlog, in 1945, heeft het bestuur van de atletiekvereniging D.E.M. ter nagedachtenis en herinnering aan Jacques Martens een ereprijs ingesteld, de JACQUES MARTENS PRIJS. 
Omdat in de loop van de jaren de betekenis van deze prijs bij de leden van de vereniging niet geheel meer bekend was, werd in 1997 een boekje met het levensverhaal van Jacques Martens uitgegeven en heeft amateur historicus Wim van Brussel in 2009 het boekje met aanvullende gegevens opnieuw uitgebracht. De titel: "Wie was Jacques Martens en waarom deze prijs?" Tijdens de opening van een nieuwe atletiekbaan, heeft de heer Van Brussel op 25 april 2009 in aanwezigheid van het college van B&W van Beverwijk, genodigden, ereleden en leden van D.E.M. met een passende toespraak het boekwerkje "ten doop" gehouden.  Door hier te klikken, kan kennis worden genomen van de toespraak. 

Zoals elders in de gemeente straatnamen zijn vernoemd naar andere verzetstrijders, wordt gehoopt dat dit voor Jacques Martens ook zal gebeuren. 

Bericht 19 augustus 2010!
De Gemeente Beverwijk
geeft kennis dat er een straat naar Jacques Martens is genoemd!
Het hoeft geen betoog dat de Stichting bijzonder blij is met dit bericht. Het betekent opnieuw een altijd blijvend stukje bekendheid van de Oranje Vrijbuiters. De Stichting heeft als reactie op deze mooie geste van de Gemeente Bevewijk  
bijgaand  gereageerd.  
  
Wie de aanzet heeft gegeven om een straat naar de verzetstrijder Jacques Martens te noemen, alsook een reactie dat dit nu gerealiseerd is, is te lezen in een 
artikel in het clubblad "Climax" van september/oktober 2010 van de atletiekvereniging DEM.  In de Nieuwsbrief van het Historisch Genootschap Midden Kennemerland uitgave septmber 2010, is ook aandacht aan de straatnaam gegeven. 

Noot:
De gegevens van Jacques Martens zijn met toestemming van de auteur van het boekje en nabestaande, de heer Martien Martens, ontleend. Waarvoor dank. 
Graag wordt opgemerkt dat op de website van de Vereniging Waalsdorp ook aandacht aan Jacques Martens wordt besteed.

Aanvullende gegevens van Jacques Martens

Op 8 januari 2014 liet de heer Gerrit Wolf uit Geldermalsen het volgende weten.

Mijn schoonmoeder, Ans van Ditmarsch, wed. van F.L. Veen en 88 jaar oud, is sinds 15 november j.l. opgenomen in een verpleeghuis in Utrecht. Tot die tijd had zij zelfstandig in een flatje gewoond, maar het werd steeds meer duidelijk dat zij niet meer zelfstandig kon wonen. Inmiddels zijn wij haar woning aan het ontruimen en kwam ik een uitnodiging tegen tot het bijwonen van de Plechtige Bijzetting van de op 29 februari 1944 te Scheveningen gefusilleerde leden van de verzetsorganisatie “De Oranje Vrijbuiters”. Op de uitnodiging staat o.a. de naam J.A. Martens. Behalve de uitnodiging kwam ik nog een foto van hem tegen en een pagina van het Utrechts Nieuwsblad d.d. dinsdag 29 februari 1944, met een groot artikel met de bekendmaking van den Höheren SS- und Polizeiführer Nordwest over het feit dat 20 Nederlanders ter dood veroordeeld waren.
De uitnodiging was gericht aan mej. A. Ditmars, Vossegatselaan 62 te Utrecht, waar mijn schoonmoeder in de oorlog met haar ouders en haar oudere zus woonde.
Vanmiddag liet ik de uitnodiging en foto aan mijn schoonmoeder zien en direct zei ze, dat die jongen bij hun thuis ondergedoken had gezeten en dat hij door de Duitsers was opgepakt en later was gefusilleerd. Meer wist zij echter niet.  Zoals zij zei, het is zo lang geleden en ik weet het niet meer. Toch leek het mij dat ze bevriend was met Martens. Misschien wel meer dan alleen bevriend, maar dat ontkende ze, op een manier alsof zij zich schaamde om het toe te geven. Wel is zeker dat ze bij de plechtigheid van de bijzetting is geweest, getuige foto’s die ik vond, die ook op de website van de Oranje Vrijbuiters staan.
Gisteravond heb ik contact gehad met onze nicht in Amerika en zij vertelde, dat zij zich vrijwel niets van die periode kan herinneren. Aan het eind van de oorlog was zij vier jaar oud, dus niet zo vreemd. Wel had zij na de oorlog over onderduikers gehoord, maar ook dat een Joods gezin zes maanden bij oma van Ditmarsch ondergedoken had gezeten. Het is jammer dat alles niet meer te achterhalen is, want opa en oma van Ditmarsch verdienen eigenlijk postuum een lintje. Ze hebben een groot risico gelopen. Ik heb haar een aantal jaren meegemaakt als oma van mijn vrouw en nooit zoiets van haar verwacht. Zo zie je maar weer, dat je in de mensen kan vergissen en dit t.a.v. haar in positieve zin.
De website van de OV’ers heb ik uiteraard helemaal bekeken en het is indrukwekkend om te lezen wat die mensen hebben meegemaakt.

Met dank aan de heer Gerrit Wolf, van wie bovenstaande gegevens over de Oranje Vrijbuiter Jacobus Alexander (roepnaam Jacques) Martens werd ontvangen met toestemmng voor publicatie.

Reactie
Stichting:
Een verrassend bericht uit een onverwachte hoek. Jammer dat mevrouw Ans van Ditmarsch zich niet meer bijzonderheden kan herinneren.
Wat de heer Gerrit Wolf vertelt is ook ter kennis gebracht aan de nabestaanden van Jacques Martens. Zij zijn niet bekend met het deel van zijn leven dat de heer Wolf schetst, maar wie weet......    



 
                                                                                                      
===================================


Wie was
Herman van Roon               
                                                    

Herman Frans van Roon  werd op 23 mei 1922 geboren in Rotterdam. In de bekendmaking van de doodvonnissen wordt als zijn beroep reiziger vermeld. Mochten er meer gegevens over hem bend worden, zullen die gepubliceerd worden.  Zijn overlijden is vastgelegd in een overlijdensakte , opgemaakt in 's Gravenhage

                                                                                                          ====================================             

 Hubert Johan van Oorschot en Antonius Josephus Rudolphus Hegge



    Bob van Oorschot.
          30-12-1919 

      Antonius J. R. Hegge
                11-12-1920

Wie was
Bob van Oorschot

Hubert Johan van Oorschot
(hierna aangeduid met zijn roepnaam Bob) is op 30 december 1919 als zoon van Pierre August Marie van Oorschot en Anna Marie Lafère te Medan op Sumatra in voormalig Nederlandsch Indië geboren. In 1924 overleed zijn moeder door een noodlottig ongeval. Kort daarna werden Bob, 4 jaar oud en zijn broer Leo Peter Hubert, 6 jaar, naar een kostschool in Nederland gestuurd, het Rooms-Katholieke jongenspensionaat “Sint Louis Amersfoort”. (Navraag bij dit nog bestaande jongensinternaat over mogelijke bijzonderheden over Bob van Oorschot, had door het ontbreken van een leerlingenarchief helaas geen resultaat) Voor zijn middelbare schoolopleiding is het niet zeker of hij, net als zijn broer Leo, het "Canisius College" in Nijmegen heeft bezocht, maar wel dat hij als Werktuigbouwkundige in 1942 afgestudeerd is aan de
Polytechnische School in De Haag.
 
Na het overlijden van zijn moeder in 1924 is de vader van Bob korte tijd later hertrouwd, waarna de vader en stiefmoeder van Bob en zijn broer zich kort voor de oorlog in Den Haag vestigden.

Bij de nabestaanden zijn nog enkele (indrukwekkende/heftige) briefjes van Bob van Oorschot bewaard gebleven, die hij uit de gevangenis heeft weten te smokkelen. Uit wat hij schrijft getuigt van zijn sterke karakter. Zelf in schrijnende omstandigheden verkerend, uitte hij zich in liefdevolle bewoordingen dat zijn ouders zich geen zorgen om hem moesten maken, maar vooral aan zich zelf zouden denken. Over een pakketje dat hij van zijn ouders mocht ontvangen, hier een zinsnede uit één van zijn briefjes:

“ Allereerst hartelijk dank voor het heerlijke pakket. Het wordt toch echt te gek! De eitjes en die kaas en boter. Toen ik zat te eten heb ik mij werkelijk eventjes in een herstellingsoord gewaand …..” Om in een later briefje over dit pakketje te schrijven: “Waarschijnlijk heeft u het harder nodig dan ik, daar wij hier toch vrijwel geen beweging kunnen maken”. Van dit laatste kan en voorstelling worden gemaakt als hij schrijft: ”…. Het wordt nu werkelijk een beetje grijs. Met zijn vieren in een cel van 1.89 bij 3.50, terwijl we nooit gelucht worden”.


In één van de eerste briefjes (zelf noemt hij ze ‘clandestien’ en hoe hij het klaarspeelde ze ‘naar buiten’ te krijgen is niet bekend) geeft hij gedetailleerd weer hoe zijn arrestatie verliep. Na het bekend maken dat hij begin augustus (1943) met een zekere Lex een aanslag heeft gepleegd, en deze Lex voor zover hij weet, nog op vrije voeten loopt, vervolgt hij met:

“Ik zelf ben 27 augustus ’s middags om 16.30 gearresteerd in Utrecht, terwijl ik aanbelde op een adres van onze organisatie. Toen ik aangebeld had, voelde ik reeds in mijn onderbewustzijn, dat er iets niet pluis was. Ik wilde me net omdraaien toen de deur openging en een mij onbekend voorkomend persoon me uitnodigde binnen te komen. Terwijl de deur nog half open was, werd mij verzocht mijn handen omhoog te houden en werd een revolver op mijn borst gedrukt. Ik deed mijn handen omhoog en sloeg meteen de hand met revolver naar boven. Er ontstond een vechtpartij, waarbij een kogel langs mijn hoofd ging. Tenslotte werd ik door 2 andere Gestapo mensen overmeesterd en aan handen en voeten geboeid aan de centrale verwarming gebonden. Ben tot 11 uur verhoord. Behandeling in het begin erg grof, later beter. Om half 12 onder zware bewaking op transport naar Scheveningen. Aankomst 1 uur ’s nachts. Zit in de cel met een timmerman en een ter dood veroordeeld Ingenieur/van de laatste veel geestelijke
steun. Heb vorige week een officiële brief mogen schrijven, waaraan een antwoordbrief. Zal nog wel 10 dagen duren voor u die heeft. Stuur svp zeep, tandenborstel, tandpasta (is toegestaan) 

Alles wat de Stichting over Bob van Oorschot ter kennis is gekomen, is te danken aan mevrouw Connie Annie Nancy Jacobs – van Oorschot, en heer Bob Pierre Jan van Oorschot, de dochter en zoon van Leo, de broer van de Oranje Vrijbuiter Bob van Oorschot. Op de pagina “Nieuws” dd. 2 november 2009, is te lezen dat mevrouw Jacobs mailde de website van de Stichting te hebben ontdekt. Dit  gaf aanleiding contact met haar op te nemen, wat niet alleen leidde tot onbekende familiegegevens van Bob van Oorschot, maar ook tot het bestaan van een paar van hem bewaard gebleven briefjes die hij vanuit het “Oranjehotel” aan zijn ouders stuurde. De originelen van deze briefjes, in het bezit van een nabestaande, zitten in envelopjes, zijn extreem klein, zeer fragiel en moeilijk te lezen. Voor de leesbaarheid zijn ze later (waarschijnlijk door zijn vader) overgetypt, waarbij de tekst hetzelfde is als in de briefjes. (De Stichting is ook in het bezit van een paar op gevangenispapier geschreven briefjes waarvan de kwaliteit van het papier zo slecht is, dat bij het beschrijven ervan sommige woorden ‘uitvlekten’ en zelfs onleesbaar werden. Hoe frustrerend zal dit voor het thuisfront zijn geweest!)

Ook roepen de briefjes een paar vragen op over de “Oranje Vrijbuiters”. Zo is er sprake van ene ‘Lex’ met wie Bob van Oorschot begin augustus (1943) een aanslag heeft gepleegd. De vraag  is wie hier met Lex wordt bedoeld. Het is niet bekend of iemand met die naam deel uitmaakte van de verzetsgroep. Ook schrijft hij dat hij in januari ’44 samen met zijn vriend ‘Ton’ in cel 550 zit. Was dit misschien de “Oranje Vrijbuiter” Antonius Hegge?

Als er bezoekers van deze website zijn die helderheid kunnen geven omtrent niet alleen beide genoemde namen, maar ook iets weten over personen en onderwerpen waar Bob van Oorschot in zijn briefjes over rept, dan wordt graag hun reactie ingewacht op het contactadres van de Stichting.

Klikken op de briefjes brengt u naar de briefjes die Bob van Oorschot uit het "Oranjehotel" wist te smokkelen. 

Briefje 1            Briefje 2            Briefje 3           Briefje 4           Briefje 5            Briefje 6            Briefje 7           Briefje 8


Reactie van Bob van Oorschot op zijn terdoodveroodeling: "Ik ben helaas te vroeg gevangengenomen. Ik had veel meer voor mijn land willen doen en als ik de kans kreeg begon ik er opnieuw aan"
Bob van Oorschot zijn overlijden is vastgelegd in een 
overlijdensakte , opgemaakt in 's Gravenhage. 

De Stichting is mevrouw Connie Jacobs – van Oorschot en haar broer, de heer Bob van Oorschot, wonend in Aberdeen, bijzonder erkentelijk voor haar toestemming tot publicatie
van alle gegevens over de “Oranje Vrijbuiter” Hubert Johan (Bob) van Oorschot.

Aanvullende gegevens 1 
 
Na de publicatie van de gegevens over Bob van Oorschot, kwam er een reactie op de vraag wie bedoeld wordt met "Lex" en of "vriend Ton" samen met Bob van Oorschot in cel 550 zat. Hier de reactie, afkomstig van Simon Gribling:


Mijn oom Tonnie  (Antonius Hegge) liet zich door zijn vrienden Ton noemen. Hij was goed bevriend met Bob van Oorschot en het is heel aannemelijk dat zij samen in cel 550 zaten, hoewel ook ergens vermeld wordt dat Tonnie samen met Bertus Heij in cel 550 zat, maar dat kan ook daarvoor of daarna geweest zijn. Ook laat hij nog weten: T
oen de moeder van Bertus Heij mijn opa en oma na 29 februari 1944 persoonlijk het droevige nieuws kwam brengen (zij was op bezoek geweest in de gevangenis bij Bertus) vertelde zij dat Bertus nog een boodschap van Tonnie voor hen had die Bertus persoonlijk wilde meedelen. Na de oorlog echter was Bertus die boodschap vergeten.
Interessant is dat Tonnie als schuilnaam de naam Lex heeft gebruikt (zie briefjes)

Bijzonderheid: In de Doodenboeken van het "Oranjehotel" wordt een foto van Bob van Oorschot getoond met naast hem een tweede foto waarop hij staat afgebeeld met zijn vriend Ton (Antonious Hegge) Zie ook Aanvullende gegevens 2 

Met dank aan Simon Gribling, oomzegger van de Oranje Vrijbuiter Antonius Hegge

Aanvullende gegevens 2
Op 26 april 2012 ontving de Stichting van de heer IVO Aelbers bidprentjes  van de bevriende Oranje Vrijbuiters Bob van Oorschot en Antonius (Ton) Hegge.
Deze bijzonder verrassende ontwikkeling had als aanleiding correspondentie met de heer Ivo Aelbers, die in april 2008 liet weten dat zijn vader Kors Aelbers deel had uitgemaakt van de Oranje Vrijbuiters, zonder daar echter aantoonbare gegevens van te bezitten. Zie voor bijzonderheden hieromtrent de pagina "Nieuws" d.d. 25 augustus 2012. 


                                                                                                                    =================================== 



Wie was Antonius Hegge
                                                      


Antonius Josephus Rudolphus Hegge
 is op 11 december 1920 geboren in Den Haag. In de bekendmaking van de doodvonnissen  wordt als zijn beroep kantoorbediende opgegeven.
Hierboven is te lezen dat Antonius Hegge bevriend was met Bob van Oorschot en dat hij in cel 550 vastgezeten heeft met de ook ter dood veroordeelde OranjeVrijbuiter Bertus Heij die, zoals bekend, tijdens de executie van de Oranje Vrijbuiters (onder wie zijn beide broers) gratie kreeg.

In 2004 vond op de Waalsdorpervlakte een toevallige ontmoeting plaats waarbij Antonius Hegge ter sprake kwam. Hopend op reacties, volgt hier een beschrijving van deze ontmoeting, opgetekend door mevrouw Wendy Broer-van der Hak, secretaris van de Vereniging "Erepeloton Waalsdorp". 

"Op zaterdag 25 september 2004 woonde ik de jaarlijkse herdenking bij van  het   "Oranjehotel" . Drie broers van mijn moeder hebben daar gevangen gezeten en twee van hen zijn op 29 februari 1944 geëxecuteerd op de Waalsdorpervlakte“.
Als bestuurslid van de Vereniging Erepeloton Waalsdorp, ging ik na afloop van de herdenking naar de Waalsdorpervlakte, om daar mensen na de herdenking in het Oranjehotel op te vangen en/of te begeleiden. Met dat doel kwam ik in gesprek met twee oudere heren, van wie een het behoorlijk te kwaad kreeg. Het bleek een oudere broer van de twee te zijn, die in het Engels met betraande ogen zei: “Onze oudste broer is hier gefusilleerd op 29 februari 1944.” Ik was perplex en kon vertellen dat twee van mijn ooms op precies dezelfde dag hier gefusilleerd zijn. Hierdoor was onze belangstelling wederzijds gewekt en werden namen uitgewisseld, waarbij hun familienaam Hegge mij uiteraard direct naar de achttien namen van  de verzetsgroep de “OranjeVrijbuiters” bracht. Het noemen van mijn moeders meisjesnaam, Heij, leidde bij een van de heren tot de reactie (nu in het Nederlands): “Het waren er toch drie die verzet hadden geboden aan de bezetters? “. Dat klopte. Naast de gefusilleerde Cornelis en Leonardus Cornelis Heij, was ook Aalbertus Henri Heij (die ik later leerde kennen als mijn oom Bart) lid van de Oranje Vrijbuiters. Uit het verder gaande gesprek kwam het bizarre feit aan het licht dat de eerder ter sprake gekomen oudste broer van beide heren, Antonius Hegge, de cel heeft gedeeld met mijn oom Bart. Antonius Hegge en Aalbertus Heij waren gezworen kameraden. Eerder in Berlijn samen te hebben vastgezeten, wisten zij daar te ontsnappen en meldden zij zich na terugkeer in Nederland bij de Oranje Vrijbuiters. Het was de heren bekend dat Aalbertus niet gefusilleerd was en het speet hen duidelijk dat ik wist te vertellen dat hij niet meer leefde. Ook wisten zij dat mijn andere twee ooms begraven liggen in Utrecht. Dit was voor mij nieuw en gaf voor mij aanleiding naar Utrecht te gaan, waar op de begraafplaats "Tolsteeg" de eerste ontmoeting met mijn oom Kees en oom Leo plaatsvond en ik een bos oranje rozen in de vaas voor hun graf van het monument van de Oranje Vrijbuiters heb gezet.  
Beide heren Hegge lieten ook nog weten dat de oudste van de twee al 50 jaar in Australië woonde en voor de 7e keer terug in Nederland was voor een reünie met de nog 6 levende broers en zusters Hegge. Daarnaast kreeg ik nog te horen, dat de beide broers niet bij de herdenking in het Oranjehotel waren geweest, zelfs niet wisten dat er een jaarlijkse herdenking is, maar dat hun bezoek aan de Waalsdorpervlakte puur een eigen ingeving was. Voor mij betekende dit dat mijn ontmoeting met beide heren een toevalligheid is die te denken geeft. Was het een "gestuurde " ontmoeting? Maar hoe dan ook, het vervulde mij met dankbaarheid, waardoor ik helaas vergat naar hun adressen te vragen".  
(Met dank aan mevrouw Wendy Broer)
 
Na publicatie
van deze beschreven ontmoeting, wordt gehoopt op meer gegevens van Antonius Hegge.

In de verzetsheldenwijk in Leidschenveen, Den Haag, is een straatnaam vernoemd naar de Oranje Vrijbuiter Antonius Hegge. 
Over deze verzetsheldenwijk is een mooi boekje verschenen waarvan het eerste exemplaar op
1 juli 2009 door wethouder Rabin Baldewsingh overhandigd is aan de heer Wempe, voorzitter van de nationale Federatie Raad Voormalig Verzet, mevrouw W.E.Kaszo en de heer W.C.M.Gottlieb van het voormalig verzet.
Het boekje verklaart de straatnaamgeving voor deze straten. Voorts bevat het een kort verslag met foto's van de eerder dit jaar gehouden onthulling van de straatnaamborden. Ook zijn de gedichten er in opgenomen die tijdens deze plechtigheden zijn voorgedragen. 
Onder de genodigden voor de onthulling waren nabestaanden van Antonius Hegge aanwezig, t.w. zijn zus Lily Gribling-Hegge en haar drie zoons Victor, Simon en Jeroen Gribling.
  

 
foto's Wendy Broer- van der Hak
 
 
Boekje Verzetsheldenwijk
Het overlijden van Antonius is vastgelegd in een overlijdensakte, opgemaakt in 's Gravenhage. In januari 2011 kwam de stichting in het bezit van het bijgaand  bidprentje van Antonius Hegge en een dankbetuiging van zijn familie voor het medeleven bij zijn overlijden.  

Tijdens de heronthulling van het monument op 10 mei 2007, waren enkele nabestaanden van Antonius Hegge aanwezig.

Aanvullende gegevens
 Op 26 april 2012 ontving de Stichting van de heer IVO Aelbers bidprentjes  van de bevriende Oranje Vrijbuiters Bob van Oorschot en Antonius (Ton) Hegge.
Deze bijzonder verrassende ontwikkeling had als aanleiding correspondentie met de heer Ivo Aelbers, die in april 2008 liet weten dat zijn vader Kors Aelbers deel had uitgemaakt van de Oranje Vrijbuiters zonder daar echter aantoonbare gegevens van te bezitten. Zie voor bijzonderheden hieromtrent de pagina "Nieuws" d.d. 25 augustus 2012.
                                                                                            

                                                                                                  =================================
 

                                            
Leo Fischer en Karel Keizer

     
Leo Fischer
        11-02-1897



Karel Keizer
 14-05-1911 


Wie was
Leo Fischer

In augustus 2009 ontving de Stichting gegevens van de Oranje Vrijbuiter Leo Fischer. Nadien is de afzender, een 80-jarige vroegere buurjongen van Leo Fischer, Joep Blok, een aantal keren gemaild met het verzoek de gegevens te mogen publiceren. Helaas werd daarop geen antwoord ontvangen. Ook andere manieren om contact met hem te krijgen, mislukten. Aan de echtheid van de gegevens wordt niet getwijfeld en omdat de heer Blok in augustus 2009 tevens liet weten met zijn bijdrage blij te zijn de Oranje Vrijbuiters daarmee meer bekendheid te geven, willen wij u de gegevens niet onthouden. Mochten er bezoekers(ters) zijn die de heer Joep Blok kennen of bezwaar hebben tegen de publicatie, dan verzoeken wij hem of haar contact op te nemen  met de Stichting.

Leo Fischer, geboren 11 februari 1897 in Samotstjin, was een Duitse joodse immigrant, die in 1937 naar Amsterdam kwam en in Zuid op het adres Kromme Mijdrechtstraat nummer 44, 3e etage bij de familie Hassig, die een zoon en een dochter hadden, een kamer huurde. Het waren de buren van Joep Blok, toen 8 jaar en het bleek dat Joep het goed met Fischer kon vinden, waarbij Joep Leo Fischer aansprak met Oom Hannes. De heer Blok kan zich herinneren dat Fischer een fotopersbureau begon onder de naam “HAFIS FOTO” en dat hij veel foto's maakte voor de tijdschriften “Libelle”, “Mode” en “Culinair”. Ook verzorgde hij fotoreportages, onder meer van jongenskleding, waar de jonge Joep meermalen model voor stond. Na de geboorte van Prinses Beatrix, 31 januari 1938, maakte hij door het hele land foto’s van de feestelijkheden.  
Bij de invoering van identificatieplicht en vooral bij de invoering van het persoonsbewijs , heeft Leo Fischer duizenden pasfoto’s gemaakt. Daarbij geholpen door Joep Blok, leerde deze het fotograferen van  Leo Fischer en kreeg hij veel vakboeken van hem. De heer Blok herinnert zich dat Fischer lid was van de Joodse Raad, in het verzet zat, veel in de regio Utrecht was en in die periode weinig van zich liet horen. Tot 29 februari 1944, toen de heer Blok in het “Nieuws van de Dag” de executie van de 18 Oranje Vrijbuiters las. 

Een bijzonderheid is, dat in de gesprekken die beiden met elkaar hadden, Fischer vertelde dat hij in 1917 soldaat in Duitsland was en aan het Westfront gewond raakte door een kogel die, na verwijderd te zijn, gemonteerd was op een prespapier en op zijn bureau stond. Ook vertelde hij in het bezit  te zijn van het bewijs dat hij onderscheiden was als eervolle “kriegsbeschádigte”.

Nog een bijzonderheid is, dat de heer Joep Blok ook de Oranje Vrijbuiter Heinz Loewenstein heeft gekend. En wel doordat de zuster van Heinz Loewenstein, Ilse, de vriendin van Leo Fischer was en hij hen samen wel eens ontmoette.

Detail: Ten tijde van de voorbereidingen van de heronthulling van het monument in 2007, kwamen naspeuringen naar nabestaanden van Heinz Loewenstein niet verder dan een bericht van de documentalist van de Oorlogsgravenstichting, die een contactadres opgaf. En wel het adres van Heinz Loewenstein zijn zuster, Ilse Leipzig, 117-01 Parklane South, KEW GARDENS, NY 11418, USA
Een aan haar gerichte brief is helaas nooit beantwoord. 
Gehoopt wordt dat degenen die iets weten van Heinz Loewenstein, dit aan de stichting laten weten. 
Contactadres, zie pagina Contact/Donateur

Verrassend!
Kort nadat de gevens over Leo Fischer gepuliceerd waren, werd een reactie van de heer Joep Blok ontvangen waarin hij meldt dat hij zich kan vinden in de gegevens zoals hij die over Leo Fischer toestuurde. Bovendien wist hij nog aanvullende gegevens aan te reiken. Leo Fischer blijkt in Duitsland als toneelspeler in vele toneelstukken een rol te hebben gespeeld. 
Hieronder een collage van door hem gespeelde personages.   
 Leo Fischer temidden van de rollen die hij speelde

Met dank aan de heer Joep Blok voor zijn bijdrage aan de geschiedenis van de Oranje Vrijbuiters

                                                                                                                            ==============================


Wie was
Karel Keizer
                                                                    


Karel Keizer 
is geboren op14 mei 1911 in Amsterdam. In het bekendmaken van de doodvonnissen werd zijn beroep niet genoemd. In plaats daarvan werd hij vermeld als '..den jood Karel Keizer'. Ondanks pogingen daartoe, is niets van zijn priveleven achterhaald kunnen worden.
Het enige wat over Karel Keizer gemeld kan worden, hier het antwoord van het NIOD wat de stichting na de vraag omtrent gegevens over Karel Keizer ontving (zie hieronder) en vermelding van zijn overlijdensakte , opgemaakt in 's Gravenhage. 

'Geachte heer Kerkhof,
Helaas moeten wij u mededelen dat wij over het verzetsverleden van de heer Karel Keizer in de collecties van het NIOD geen details hebben gevonden. Karel Keizer is in 1949 door een vriend voorgedragen voor de Erelijst, echter zonder vermelding van bijzonderheden. Een copie van dit schrijven vindt u bijgesloten.'

     
Copies van het originele schrijven en formulier van een vriend
(H.B.Helmink uit Epe) waarin hij Karel Keizer voordraagt voor
de Erelijst van gevallenen.                                                             
Lees hier  de duidelijk leesbare kopies

Het is niet voor het eerst dat een bezoeker van deze website reageerde met gegevens over een Oranje Vrijbuiter. De stichting hoopt dat dit ook voor Karel Keizer zal gebeuren. Misschien dat hiervoor het lezen van de naam H.B. Helmink - Epe iemand tot denken brengt. (Voor contact, zie pagina 
Donaties/Contact )       



                                                                                                                              ===============================


  Henri R. Abma en
Thomas F.H. Spoelstra


 Roger Henri R. Abma
      17-05-1919
 

    Thomas F.H.Spoelstra
            24-05-1914


Wie was
Roger Abma

Roger Henri Abma
is geboren op 17 mei 1919 te Roosendaal. In de bekendmaking van de  doodvonnissen van de Oranje Vrijbuiters wordt als zijn beroep “ambtenaar” vermeld. Bij het zoeken naar bijzonderheden over hem is gebleken, dat hij de zoon was van Johannes Petrus Abma (geb. maart 1892 in Schagen) en Maria Catharina Ariana Bol (geb. 27 nov. 1891 in Roosendaal) Zij trouwden op 25 nov.1913 en na het overlijden van de moeder vertrokken vader en zoon Roger naar Purmerend, waar zij maar kort woonden om op 27 sept.1920, met als adres Huygenstraat 46, naar Hilversum te vertrekken. Van hier werd op 26 sept. 1930 verhuisd naar Utrecht, Rijnlaan 141.
Roger Abma was niet gehuwd, ook niet geweest en heeft geen kinderen nagelaten. Meer is niet van Roger Abma achterhaald kunnen worden dan alleen nog zijn  
overlijdensakte , vastgelegd in 's Gravenhage. Verder speurwerk leerde dat hij ten tijde van de heronthulling op 10 mei 2007, nog een in leven zijnde halfzus had, mevrouw T.A.M.Abma (getrouwd met H.W.Wiersma) wonend in 's Hertogenbos. Zij wist te vertellen dat zij nog een zus had, mevrouw Eijsbroek in Vlissingen.
Het echtpaar Wiersma kon door omstandigheden helaas niet aanwazig zijn bij het volledige programma van de heronthulling, maar waren nog wel in de gelegenheid het gerestaureerde monument te aanschouwen.

                                                                                                         ==================================



Wie was Thomas Spoelstra     


Thomas Franciscus Hendrikus Spoelstra
 is op 24 mei 1914 geboren te Utrecht. Door het Polizeigestandsricht dat de doodvonnissen van de Oranje Vrijbuiters bekend maakte, werd als zijn beroep vermeld "kantoorbediende".
Thomas Spoelstra werd geboren uit de ouders Lodewijk Spoelstra, geboren 4 december 1877 te Sneek en Bertha Francisca Hubertina Bloemen, geboren op 19 oktober 1886 te Venlo. Ten tijde dat Thomas Spoelstra gearresteerd werd en gevangen zat, woonden zijn ouders in Tuindorp Utrecht. Bekend is, dat er na zijn arrestatie een groot bedrag aan geld bij elkaar gebracht is om hem los te kopen. Degeen die het geld kwam afdragen was de zoon van Van Koetsveld, accountant in Rotterdam. Het kan niet anders, of met de zoon wordt de Oranje Vrijbuiter Hans van Koetsveld bedoeld. 
Thomas Spoelstra had twee zusters, een tweeling geheten Petronella Anna Maria en Anna Maria, beiden geboren op 18 mei 1909 in Utrecht. De eerste heeft gewoond in Tilburg en haar zus in Venlo. Bij verder naspeuren werd door contacten (o.a. met de Nijmeegse pastoor Spee) duidelijk dat Thomas Spoelstra ongehuwd was en geen kinderen heeft nagelaten.
In het "Gedenkboek van het Oranjehotel" is op blz. 190 een brief  van zijn moeder, mevr. de wed. B.Spoelstra-Bloemen, opgenomen. Ook is op blz.191 te lezen wat een medegevangene, A.Stuut, haar over haar zoon schrijft. Uit deze brief blijkt duidelijk dat Thomas Spoelstra zeer gelovig was. Dagelijks zegde hij zijn gebeden, hierin zijn moeder gedenkend. De medegevange en hij hadden contact door een gaatje in de muur, waardoor ze elkaar veel steun gaven en en we nu ook weten dat de geestelijke houding van Thomas Spoelstra van iemand was die er niet onder te krijgen is. Het Gedenkboek sluit de brief met:
"Ook Thomas verdient, dat het Vaderland, waarvoor hij streed en viel, hem nimmer vergeten zal".

Thomas Spoelstra zijn overlijden is vastgelegd in een overlijdensakte opgemaakt in 's Gravenhage.
 

                                                                                                                                       
===================================

 Johannes Holswilder en
Pieter Verhage

 
     Johannes Holswilder
           
16-02-1902
   
      Pieter Verhage
            17-1-1921

Wie was
Johannes Holswilder

Johannes Holswilder
is op 16 februari 1902 geboren te Schoonhoven. In het bericht van de doodvonnissen  
van de Oranje Vrijbuiters werd "notarisklerk" als zijn beroep genoemd. Na voltrekking van het vonnis is zijn overlijden vastgelegd in een overlijdensakte , opgemaakt in 's Gravenhage.  In de zoektocht naar bijzonderheden kon over Johannes Holswilder weinig worden gemeld. Van de gemeente Schoonhoven, zijn geboorteplaats, werd bericht ontvangen dat zijn enige dochter overleden is, waaruit met enige zekerheid opgemaakt kon worden dat hij getrouwd is geweest. Voorts werd medegedeeld dat de archivaris van het streekarchivaat Krimpenerwaard mogelijk kon zeggen wie Johannes Holswilder in Schoonhoven nog gekend hebben. Dit bracht echter niets aan het licht. Wel werd via de gemeente Schoonhoven nog bekend dat een kleinzoon naar de gemeente Maarsen was verhuisd. Deze gemeente was (met in achtneming van de wet op de privacy) zo vriendelijk de Stichting in contact brengen met de kleinzoon, Cornelis Kramer, geboortedatum 15-10-1963. Een contact waardoor de Stichting toch enkele gegevens omtrent Johannes Holswilder kan optekenen. Lees hieronder wat hij de Stichting liet weten. E.e.a. na een telefoontje in februari 2007. 

"Zoals aangegeven ben ik enthousiast over ons contact. Ik ben er de laatste dagen meer en meer mee bezig en heb steeds meer het gevoel dat de nagedachtenis en overlevering belangrijk is.
Gisteren heb ik met mijn zus onze herinneringen doorgenomen. De herdenkingen bij Waalsdorp zitten bij ons het best in ons geheugen. Wij hebben nu sterker dan ooit het gevoel dat mijn Oma mijn moeder hun hele leven lang geworsteld hebben met het loslaten van hun man en vader. Centraal in de familie is het krukje uit de Scheveningse cel. Het krukje is vrij snel na de oorlog bij mijn Oma terecht gekomen. Het krukje heeft altijd symbool gestaan voor Opa Holswilder. Bij mijn Oma en later bij mijn moeder heeft het krukje altijd in de keuken gestaan. Nu staat het krukje voor het eerst op een rustige plek. Het krukje van Opa Holswilder staat op de logeerkamer bij mijn zus.

 (Met Cornelis Kramer zal contact opgenomen worden omtrent Johannes Holswilder. 
 
                                                                                             
                           ========================================




Wie was
Pieter Verhage

Pieter Verhage werd op 17 november 1921 te Gapinge, gemeente Vrouwenpolder (Walcheren, Zeeland), geboren als zoon van schoolhoofd Jakob Verhage en Hendrika Maria van Doornik. Op bijna achtjarige leeftijd verliet hij op 16 augustus 1929 Gapinge, om met zijn ouders, broers en zusters naar Rotterdam te verhuizen, waar het gezin zich vestigde aan de Rauwenhoffstraat 46 b. Na het uitbreken van de oorlog in 1940 kwam student economie Pieter Verhage in het verzet terecht bij de verzetsgroep “Oranje Vrijbuiters”, waar hij deel uitmaakte van de knokploeg die onder leiding stond van de Oranje Vrijbuiters Hans van Koetsveld en Tom Spoelstra. Pieter Verhage hielp joden onder te duiken, pleegde gewapende overvallen op distributiekantoren en pleegde aanslagen op landverraders, NSB’ers en Duitsers. Ook verrichtte hij spionagediensten. Door verraad van Joop de Heus in 1943 werd hij op 17 december 1943 samen met de drie gebroeders Heij gearresteerd en gevangengezet in het Oranjehotel te Scheveningen. Wat betreft het verraad en de arrestatie past hier wat opgetekend is bij de beschrijving van de gebroeders Leonardus, Cornelis en Aalbertus Heij, waarin Pieter Verhage ook wordt genoemd:            

Van hun verzetsactiviteiten is bekend, dat de broers onder meer ingezet werden voor een overval op het distributiekantoor in Elst, waar ook de Oranje Vrijbuiter Pieter Verhage betrokken was. De juistheid van dit gegeven valt te lezen uit een deel van een krantenverslag in het Utrechts Nieuwsblad van 16 maart 1950 over het proces van de verrader Joop de Heus. Citaat uit dit verslag: “Verdachte (De Heus) stelde aan de “Oranje Vrijbuiters” voor een overval te plegen op het distributiekantoor te Elst. De leden L.C.Heij, C.Heij, A.H.Heij en P.Verhage, werden door verdachte aan een voor de Sipo werkende politieagent voorgesteld, waarna in Arnhem een ontmoeting met de vier verzetslieden plaatsvond”. Kort daarna werden de Oranje Vrijbuiters gearresteerd en naar de strafgevangenis in Scheveningen gevoerd. Om kennis te nemen hoe Joop de Heus tot zijn verradersrol kwam en de dood van vele (41) goede vaderlanders op zijn geweten heeft, hier klikken  voor een volledig verslag van zijn proces.

Na de oorlog werd tijdens de berechting van de verrader Joop de Heus onderstaande verklaring van Pieter Verhage zijn moeder opgetekend.


Pieter Verhage werd samen met 19 van zijn mede Oranje Vrijbuiters op 28 februari 1944 door het
Polizeigestandricht ter dood veroordeeld.
De dag erna, op 29  februari 1944 werd hij, 22 jaar oud, met zeventien andere Oranje Vrijbuiters gefusilleerd. Na voltrekking van het vonnis is zijn overlijden
vastgelegd in een overlijdensakte 
, opgemaakt in 's Gravenhage. Allen zijn begraven op de 3e Alg. begraafplaats ‘Tolsteeg’ te Utrecht, vak 33. Zoals al zijn verzetskameraden, is ook Pieter Verhage onder nr. V1041 opgenomen in de Erelijst van gevallenenwww.erelijst.nl, en is hij vermeld in het dodenboek nr. 3, pagina 93 en in het Gedenkboek van het Oranjehotel, blz.190. 
Vermeldenswaard is, dat Pieter Verhage zijn vader, Jakob Verhage, deel uitmaakte van het Comité dat er voor gezorgd heeft dat het monument voor de Oranje Vrijbuiters is opgericht. De twee andere leden van dit Comité waren de heren Johan E. van Koetsveld, vader van de gefusilleerde Hans van Koetsveld en Aart N. van Donkelaar, in de oorlog lid van de verzetsgroep Oranje Vrijbuiters. Zie het programma ( hier klikken ) van de onthulling van het monument in 1947,  waar onder meer wordt vermeld dat Pieter’s vader het gedicht “De Ploeger” voordroeg waar de regels op het gedenkteken van het monument aan zijn ontleend. Ook was hij het die de dichter Adriaan Roland Holst bereid had gevonden toestemming te geven tot het aanbrengen van deze regels op de gedenkplaat.
 

Met dank aan Drs. J.Chr. Verhage voor het beschikbaar stellen van de gegevens van Pieter Verhage. Als persoonlijke noot liet de heer Verhage deze gegevens gepaard gaan met:

 Pieter Verhage stierf samen met zijn medestrijders op de leeftijd van twee en twintig jaar voor het vuurpeloton op de Waalsdorpervlakte. Met zijn verzetsgroepsleden en vele anderen hebben zij op de generatie na hen, een onuitwisbare indruk achtergelaten van moed, volharding, standvastigheid en mede-menselijkheid.
                                                 
                                                           
"Dat wij hem en zijn mede verzetsleden in ere houden en niet vergeten"

                                                                                         ====================

 Cornelis Heij en
Leonardus Cornelis  Heij

        Cornelis Heij
          27-11-1919

                  Leo Heij
                02-02-1914
Wie waren de broers Cornelis Heij en Leonardus Cornelis Heij

De gebroeders Cornelis en  Leonardus Cornelis Heij zijn in Utrecht geboren uit het op 23 oktober 1912 getrouwde echtpaar Dirk Johan Heij (Dirk was meubelmaker en had op zolder zijn werkplaats, waar zijn kleinkinderen altijd mochten spelen) en Theodora Antoinetta Boer. Cornelis zag op 27 november 1919 het levenslicht en Leonardus Cornelis op 2 februari 1914.  Het gezin bestond verder nog uit broer Aalbertus Henri, geboren 20 april 1915 en vijf zussen. 


Trouwfoto van Dirk en Theodora Heij       (Foto Wendy Broer-van der Hak) 

Leonardus Cornelis
(roepnaam Leo) trad op 9 oktober1940 in het huwelijk met Johanna Nicolasine Christina Biestervelt. Bijzonder is, dat zij tot begin 2010 de nog in leven zijnde echtgenote van de getrouwde Oranje Vrijbuiters was. Zij overleed op 7 januari 2010 op 95-jarige leeftijd.Tijdens de heronthulling van het monument op 10 mei 2007, mocht de stichting kennis met haar maken en liet zij weten dankbaar te zijn dat de Oranje Vrijbuiters in het mooi gerestaureerde monument voortleven.  De beproevingen van de oorlog zijn haar niet bespaard gebleven. Door de nietsontziende bruutheid van de bezetter verloor zij niet alleen haar man Leo, maar ook diens ongetrouwde broer Cornelis (Kees),haar zwager. Bovendien werd haar andere zwager Aalbertus (Bertus) ter dood veroordeeld. Na te hebben moeten toekijken hoe zijn beide broers geëxecuteerd werden, werd zijn vonnis omgezet in levenslange tuchthuisstraf, wat betekende dat hij naar Dachau werd verbannen. Hij overleefde dit vernietigingskamp, maar onderging in de naoorlogse jaren menige teleurstelling.  Met de gedachte niet de verzetsdaden te herdenken, maar de vrijheidsdrang, ging hij elk jaar met de zoon van zijn oudste broer naar de Waalsdorpervlakte. Hij overleed op 30 september 1991. De familie heeft het verlies van de drie broers voor mevrouw Heij-Biestervelt in haar overlijdensbericht  tot uiting gebracht met “Nu ben je eindelijk bij je jongens”. Om deze gevoelens zichtbaar uit te drukken, is op 21 mei 2010 (haar geboortedag) haar urn voor het monument van de Oranje Vrijbuiters geplaatst. (zie noot) 

 
  Foto Rob Heij
Johanna Biestervelt.
 Foto Wendy Broer
                                                                       van der Hak
Obrechtstraat 47bis waar de
broers Heij opgroeiden (Deur rechts)
   
 Cornelis (roepnaam Kees) was instrumentmaker en verloofd met de inmiddels 92-jarige Miep Groenendijk. Zij heeft nog steeds contact met de zoon van Leo, Rob Heij. Toen op 10 mei 2007 de heronthulling van het monument plaatsvond is haar gevraagd hierbij aanwezig te zijn, wat zij niet kon opbrengen.

Als geboren en getogen Utrechtenaren groeiden de drie broers op in het huis aan de Obrechstraat 47 bis
Toen de Duitsers Nederland bezetten, was Leo een van de eersten die zich inzette voor het illegale blad “Je maintiendrai”, waarvan hij de bladen stencilde. Hieruit blijkt dat hij zich geroepen voelde zich bij het verzet aan te sluiten; ook wilde hij “Engelandvaarder” worden, waar zijn verloofde Johanna Biestervelt hem niet in tegenhield, mits hij, voor hij naar Engeland ging, met haar trouwde. Wat gebeurde, en waarom Leo daarna de stap naar Engeland niet heeft genomen, is onbekend. Wel dat hij zich met zijn twee broers aansloot bij de verzetsgroep de “Oranje Vrijbuiters”.

Van hun verzetsactiviteiten is bekend, dat de broers onder meer ingezet werden voor een overval op het distributiekantoor in Elst, waar ook de Oranje Vrijbuiter Pieter Verhage betrokken was. De juistheid van dit gegeven valt te lezen uit een deel van een krantenverslag in het Utrechts Nieuwsblad van 16 maart 1950 over het proces van de verrader Joop de Heus. Citaat uit dit verslag: “Verdachte (De Heus) stelde aan de “Oranje Vrijbuiters” voor een overval te plegen op het distributiekantoor te Elst. De leden L.C.Heij, C.Heij, A.H.Heij en P.Verhagen, werden door verdachte aan een voor de Sipo werkende politieagent voorgesteld, waarna in Arnhem een ontmoeting met de vier verzetslieden plaatsvond”. Kort daarna werden de Oranje Vrijbuiters gearresteerd en naar de strafgevangenis in Scheveningen gevoerd. Om kennis te nemen hoe Joop de Heus tot zijn verradersrol kwam en de dood van vele (41) goede vaderlanders op zijn geweten heeft, hier klikken  voor een volledig verslag van zijn proces.

            
           Bertus Heij                                          

Pieter Verhage
   
  Jan van der Voort

De gebroeders Heij en Pieter Verhage werden op 17 december 1943 gearresteerd en op 28 februari 1944 werd over Leo Heij, Kees Heij, Pieter Verhagen en Bertus Heij het doodvonnis uitgesproken. De dag erna, op 29 februari, werden op de Waalsdorpervlakte Leo, Kees en Pieter met hun 15 verzetskameraden gefusilleerd. Zoals elders te lezen kreeg Bertus Heij, na te hebben moeten toekijken hoe zijn beide broers geëxecuteerd werden, gratie.
Na het voltrekken van het vonnis is het overlijden van Leo en Kees Heij vastgelegd in een overlijdensakte, opgemaakt in 's Gravenhage. Akte van Leo klik hier . Van Kees Heij hier .

Na de oorlog deed zich een bizar moment voor toen Bertus Heij, als getuige het proces van verrader Joop de Heus bijwonend, deze enorm schrok. Hij was er vanuit gegaan dat alle drie de broers gefusilleerd waren.

Op de pagina "Geschiedenis" is aangegeven dat van de twintig doodvonnissen niet alleen Bertus Heij gratie kreeg, maar ook Jan van der Voort. Dit geeft aanleiding hier aandacht te geven hoe deze Oranje Vrijbuiter in een interview terugblikt 
op zijn ervaringen tijdens de executie van zijn achttien vrienden en zijn bevindingen na de oorlog.    

De Oranje Vrijbuiters zijn onverbrekelijk verbonden met de Waalsdorpervlakte. Dit feit geeft reden te vermelden, dat een van de zussen van de gebroeders Heij de moeder was van Wendy Broer-van der Hak, die  zich als bestuurslid en webmaster op bijzondere wijze inzet voor de  Vereniging Erepeloton Waalsdorp .

Noot: Onder voorwaarde dat er geen naambordje bijgeplaatst wordt, is in overleg met de begrafenis ondernemer en met toestemming van de beheerder van de begraafplaats de urn voor het monument ingegraven.


Met dank aan Rob Heij, zoon van Leonardus Cornelis Heij, voor zijn bijdrage aan de geschiedenis van de Oranje Vrijbuiters. Bron van een aantal links Ver. Erepeloton Waalsdorp

Aanvullende gegevens:
Op 26 april 2012 ontving de Stichting van de heer IVO Aelbers bidprentje Leonardus en Cornelis Heij.  Deze bijzonder verrassende ontwikkeling had als aanleiding correspondentie met de heer Ivo Aelbers, die in april 2008 liet weten dat zijn vader Kors Aelbers deel had uitgemaakt van de Oranje Vrijbuiters zonder daar echter aantoonbare gegevens van te bezitten. Zie voor bijzonderheden hieromtrent de pagina "Nieuws" d.d. 25 augustus 2012.


                                                                                                                        ==================================

Egbertus Maria Meulenkamp en Heinz Loewenstein

  
Egbertus Maria Meulenkamp
                 03-05-1918
    
 
Heinz Loewenstein
           17-02-1919

Wie was Egbertus Maria Meulenkamp

Egbertus Maria Meulenkamp 
is op 3 mei 1918 als jongste zoon uit het huwelijk van vader Hendrikus Meulenkamp en moeder Hendrika Maria geboren in Kampen. Het gezin vertrok op 13 maart 1928 naar Rotterdam en bestond op dat moment uit vader, moeder, vijf zonen en drie dochters. Zij vestigden zich op het adres Zeilmakerstraat 23B, met uitzondering van beide oudste broers; zij verhuisden respectievelijk reeds op 4 november 1926 en 24 september 1927 naar Rotterdam en kwamen terecht op het adres Pupillenstraat 40A.
Deze gegevens kwamen begin 2007 boven water toen geprobeerd werd nabestaanden van de Oranje Vrijbuiters voor de heronthulling van het monument op 10 mei 2007 te achterhalen . Ze vormden het uitgangspunt om in Rotterdam nabestaanden van Egbertus Maria Meulenkamp proberen te vinden en dit leidde tot een telefoontje met  mevrouw Meulenkamp, een nabestaande van Egbertus Meulenkamp. Zij liet weten dat Egbertus Meulenkamp de grootvader van haar vader was en zegde toe haar vader verslag te doen van het telefoontje en nadien weer contact op te nemen. Wat helaas niet gebeurde, waarop nogmaals contact met haar (
febr. 2011) werd opgenomen. Gehoopt wordt nu op, zo mogelijk, gegevens van Egbertus Meulenkamp.

Na het voltrekken van het doodvonnis van de Oranje Vrijbuiters, is ook het overlijden van Egbert Meulenkamp vastgelegd in en  
overlijdensakte , opgemaakt in 's Gravenhage.                                           
                                                                                                     ======================================                                                              


Voor zover gegevens van hen bekend zijn, zal bij de foto's waar geen bijzonderheden zijn vermeld, deze gegevens alsnog gepubliceerd worden.

    
Home